Column Anton Loeffen.

Magazines | Noord-Limburg Business nr 3 2006

| juni 2006 | met: anton loeffen | Petto | column |

Sugababes en superdudes

Ik kan het maar niet onthouden, de hoofdstad van Australië. Weet u het? Sydney? Melbourne? Brisbane misschien?

Als elfjarig jochie wist ik het ook al niet. Gelukkig zat ik naast de bolleboos van de klas. Ik kreeg een spiekbriefje van haar. Ik was erg blij met de naam van de stad die ze erop had geschreven. Iets minder gecharmeerd was ik van de drie kruisjes die ze eronder had gezet. Wat had dat te betekenen? Ze zou toch niet…Ik was verliefd op de juf en wilde helemaal niks met klasgenootjes.

Tikkie jaloers

Tegenwoordig gaat het heel anders. En toch hetzelfde. Kinderen van elf jaar verklappen elkaar waar ze een compleet opstel kunnen downloaden. Dat doen ze via MSN. Ze kunnen een opstel heel echt doen lijken door er opzettelijk foutjes in te laten sluipen. Typische foutjes die een elfjarige maakt. Alleen, de computer heeft ze bedacht. Ik dacht dat ík geraffineerd was vroeger. De kinderen van nu gaan wel een beetje verder. Ze helpen elkaar niet alleen met huiswerk via internet, ze sturen elkaar en passant complete romans. Veel ouders begrijpen er niets van. Ze kunnen de online activiteiten van hun kinderen niet meer bijbenen. Sommigen geven de moed meteen op. Deze achterblijvers zijn stiekem ook een tikkie jaloers op hun kinderen. Dat hadden zij niet vroeger, megapopulaire websites zoals www.sugababes.nl en www.superdudes.nl.

Niet te stoppen

Andere ouders gaan er positiever mee om. En dat zijn nou de geraffineerde slimmeriken onder ons. Zij beseffen dat de digitale ontwikkelingen niet te stoppen zijn. Ze doen er hun voordeel mee op het werk. Er is nu bijvoorbeeld een soort MSN-programma voor zakelijk gebruik: Collaboration Server. Voor de volwassen sugababes en superdudes op kantoor dus. Waar je ook bent ter wereld, inloggen maar! Online overleggen, (gratis) bellen, videoconferences en digitaal brainstormen zijn binnen handbereik. Kan heel vet en voordelig zijn hoor, vergaderen met een collega, leverancier of klant die aan de andere kant van de wereld zit. Bijvoorbeeld in Canberra. Juist, de hoofdstad van… Het lijkt zo ver weg.

| BUSINESS | noord limburg | |

Anton Loeffen is

directeur van Petto,

de enige automatiseerder die ondernemen leuker maakt.

a.loeffen@isleuker.nl

T (0485) 476190

www.isleuker.nl

Employee benefits

Van aandelenopties tot werkkleding

In de ‘wereld’ van employee benefits kunnen ondernemers ver gaan om medewerkers te behagen. Collectieve financiële services zoals bedrijfsspaarregelingen, ziektekostenverzekeringen en pensioenvoorzieningen liggen daarbij wellicht het meest voor de hand, maar het begrip ‘employee benefits’ wordt door de werkgevers eigenlijk steeds breder geïnterpreteerd. Daarom een overzicht van gebruikelijke en minder gebruikelijke employee benefits.

| | noord limburg | BUSINESS|

| employee benefits | juni 2006 |

Aandelenoptieregeling

De aandelenoptieregeling is eigenlijk een aparte vorm van een spaarloonregeling. Net als ‘normaal’ spaarloon kunnen de toegekende aandelenopties (het recht om tegen een bepaalde prijs aandelen te kunnen kopen) onder voorwaarden vrij blijven van loonheffingen en premies werknemersverzekeringen. Als de opties binnen de spaartermijn worden uitgeoefend moet de tegenwaarde op de spaarloonregeling worden gestort. De werkgever moet bij de toekenning van het optierecht 15% loonbelasting als eindheffing afdragen over de waarde van het optierecht.

Bedrijfsfitness

Onder bepaalde voorwaarden kunt u aan uw werknemers onbelast bedrijfsfitness verstrekken of vergoeden. De fitness moet aan de volgende voorwaarden voldoen: deelname moet namelijk openstaan voor 90% of meer van alle werknemers en de bedrijfsfitness moet helemaal of bijna helemaal onder werktijd plaatsvinden. Onder bedrijfsfitness wordt hierbij verstaan de conditie- of krachttraining welke plaatsvindt onder deskundig toezicht en welke georganiseerd of geïnitieerd wordt door de werkgever. De regeling voor bedrijfsfitness geldt ook bij vergoedingen.

Carpoolregeling

Een belastingvrije kilometervergoeding van maximaal €0,19 geldt in geval van carpoolen voor iedere inzittende, tenzij sprake is van vervoer vanwege de werkgever. Zowel de bestuurder, als de meerijders kunnen voorzover geen sprake is van vervoer vanwege de werkgever, de toegestane belastingvrije kilometervergoeding ontvangen. Dit kan desgewenst met toepassing van de praktische regeling per werknemer. Voor de bestuurder die in opdracht van de werkgever met zijn eigen auto collega’s meeneemt is er geen sprake van vervoer vanwege de werkgever.

Dienstreizen

Zakelijke reizen die een werknemer maakt met bijvoorbeeld zijn privé-auto, -fiets, -motor of –brommer maakt, kunnen per kilometer vrij worden vergoed door de werkgever.

Extra vrije dagen

Een werkgever kan er voor kiezen zijn werknemers extra vrije dagen in het vooruitzicht te stellen. Aan te raden vanwege toenemende werkdruk, maar mede daardoor is een veelvoorkomend probleem dat werknemers niet altijd in staat zijn deze dagen ook daadwerkelijk op te nemen.

Fiets voor woon-werkverkeer

Heeft de werknemer zelf een fiets gekocht voor het woon-werkverkeer, dan kunt u de aankoopprijs van de fiets verminderd met een bedrag van €68,- onbelast vergoeden. Als de fiets duurder is dan €749,- mag u het meerdere niet onbelast vergoeden. De onbelaste vergoeding bedraagt dus maximaal €681,-. Voorwaarde voor deze onbelaste vergoeding is dat u in het kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren geen fiets heeft verstrekt, ter beschikking gesteld of vergoed.

Geschenk met ideële waarde

Normaal gesproken mag een cadeau vanwege een jubileum van de werkgever of de werknemer onbeperkt belastingvrij verstrekt worden. Een voorwaarde is wel dat het cadeau vooral een ideële waarde heeft. Een geschenk heeft in hoofdzaak een ideële waarde als voor de werknemer die het geschenk ontvangt, de ideële waarde duidelijk belangrijker is dan de gebruikswaarde of de verwachte opbrengst bij eventuele verkoop (geldwaarde).

ISDN-voorziening

Als bij een werknemer een ISDN-aansluiting wordt aangelegd dan kan het zakelijke deel van de aanlsuitings-, gespreks- en abonnementskosten onbelast worden vergoed.

Loopbaanonderbreking

Deze regeling voorziet in een recht op een financiële tegemoetkoming voor werknemers die langere tijd verlof opnemen voor zorg of educatie. Voorwaarde hiervoor is dat de verlofnemer wordt vervangen door een uitkeringsgerechtigde of herintreder (hoeft niet in dezelfde functie). Deze voorwaarde geldt niet als het gaat om verlof in verband met de verzorging van kinderen met een levensbedreigende ziekte of voor de verzorging van iemand die op sterven ligt (zgn. palliatief verlof). Om in aanmerking te komen voor de financiële tegemoetkoming moet minimaal een derde van de werktijd verlof opgenomen worden en een vervanger moet voor minimaal 12 uur worden aangesteld.

Motor van de zaak

De werkgever kan aan de werknemer een motorfiets ter beschikking stellen. Wanneer de werknemer de betreffende motorfiets ook gebruikt voor privé-doeleinden dan zal de werknemer in de aangifte inkomstenbelasting een bedrag bij zijn inkomen moeten optellen. De hoogte van deze bijtelling is dan gebaseerd op de werkelijke kosten.

Outplacement

Outplacement

Is de term voor diensten en adviezen voor de werknemer om op zo kort mogelijke termijn een nieuwe, passende werkomgeving te vinden. Zo kunnen bijvoorbeeld sollicitatiekosten in zijn geheel onbelast worden vergoed.

Pensioenregeling

Welbekende regeling waar op verschillende manieren invulling aan wordt gegeven. Pensioen kan worden gezien als ‘uitgesteld loon’, waarover werknemers op latere leeftijd of bij plotselinge arbeidsongeschiktheid kunnen beschikken. Ook is

vervolg: Pensioenregeling

er het nabestaandenpensioen, waarbij nabestaanden een pensioen ontvangen bij het overlijden van de bestreffende werknemer.

Ruilmogelijkheid

Het recht op nabestaandenpensioen kan worden ingeruild voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Deze regeling geldt alleen voor het pensioen dat vanaf 1 januari 2002 wordt opgebouwd.

Salary split

Het basisprincipe van salary split stelt dat het netto-inkomen van een internationaal tewerkgestelde werknemer verhoogd kan worden zonder dat ook de loonkost voor de werkgever omhoog gaat. Omgekeerd is het ook mogelijk om eenzelfde netto-inkomen toe te kennen, maar met lagere patronale kosten.

Therapeutisch mee-eten

Sommige werknemers in de gezondheids- of welzijnszorg zijn op grond van een publiekrechtelijke regeling of (collectieve) arbeidsovereenkomst verplicht samen te eten met de hen toevertrouwde patiënten, pupillen of bewoners. Voor dit therapeutisch mee-eten hoeft u bij deze werknemers niets bij het loon te tellen.

Uitkering bij overlijden

Eenmalige uitkeringen in verband met het overlijden van een werknemer, diens partner of diens kinderen zijn onder voorwaarden tot een bepaald bedrag vrijgesteld. Deze vrijstelling geldt alleen wanneer de grens van drie maanden niet wordt overschreden. Ook wanneer sprake is van een buitensporige uitkering geldt de vrijstelling.

Voordeelurenkaart

Als een werkgever aan een werknemer een voordeelurenkaart (voor Nederlands openbaar vervoer) verstrekt of vergoed, dan hoeft er geen bedrag bij het loon te worden geteld. Voorwaarde is dan wel dat deze kaart mede dient voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking (zakelijke reizen) of voor woon-werkverkeer. Als een werknemer voor zakelijke reizen gebruik maakt van de voordeelurenkaart dan kan niet meer dan het bedrag dat op het plaatsbewijs is vermeld onbelast worden vergoed.

Werkkleding

Zowel het vergoeden van werkkleding als het verstrekken ervan zijn onbelast.

| juni 2006 | employee benefits |

Aandelenoptieregeling

De aandelenoptieregeling is eigenlijk een aparte vorm van een spaarloonregeling. Net als ‘normaal’ spaarloon kunnen de toegekende aandelenopties (het recht om tegen een bepaalde prijs aandelen te kunnen kopen) onder voorwaarden vrij blijven van loonheffingen en premies werknemersverzekeringen. Als de opties binnen de spaartermijn worden uitgeoefend moet de tegenwaarde op de spaarloonregeling worden gestort. De werkgever moet bij de toekenning van het optierecht 15% loonbelasting als eindheffing afdragen over de waarde van het optierecht.

Bedrijfsfitness

Onder bepaalde voorwaarden kunt u aan uw werknemers onbelast bedrijfsfitness verstrekken of vergoeden. De fitness moet aan de volgende voorwaarden voldoen: deelname moet namelijk openstaan voor 90% of meer van alle werknemers en de bedrijfsfitness moet helemaal of bijna helemaal onder werktijd plaatsvinden. Onder bedrijfsfitness wordt hierbij verstaan de conditie- of krachttraining welke plaatsvindt onder deskundig toezicht en welke georganiseerd of geïnitieerd wordt door de werkgever. De regeling voor bedrijfsfitness geldt ook bij vergoedingen.

Carpoolregeling

Een belastingvrije kilometervergoeding van maximaal €0,19 geldt in geval van carpoolen voor iedere inzittende, tenzij sprake is van vervoer vanwege de werkgever. Zowel de bestuurder, als de meerijders kunnen voorzover geen sprake is van vervoer vanwege de werkgever, de toegestane belastingvrije kilometervergoeding ontvangen. Dit kan desgewenst met toepassing van de praktische regeling per werknemer. Voor de bestuurder die in opdracht van de werkgever met zijn eigen auto collega’s meeneemt is er geen sprake van vervoer vanwege de werkgever.

Dienstreizen

Zakelijke reizen die een werknemer maakt met bijvoorbeeld zijn privé-auto, -fiets, -motor of –brommer maakt, kunnen per kilometer vrij worden vergoed door de werkgever.

Extra vrije dagen

Een werkgever kan er voor kiezen zijn werknemers extra vrije dagen in het vooruitzicht te stellen. Aan te raden vanwege toenemende werkdruk, maar mede daardoor is een veelvoorkomend probleem dat werknemers niet altijd in staat zijn deze dagen ook daadwerkelijk op te nemen.

Fiets voor woon-werkverkeer

Heeft de werknemer zelf een fiets gekocht voor het woon-werkverkeer, dan kunt u de aankoopprijs van de fiets verminderd met een bedrag van €68,- onbelast vergoeden. Als de fiets duurder is dan €749,- mag u het meerdere niet onbelast vergoeden. De onbelaste vergoeding bedraagt dus maximaal €681,-. Voorwaarde voor deze onbelaste vergoeding is dat u in het kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren geen fiets heeft verstrekt, ter beschikking gesteld of vergoed.

Geschenk met ideële waarde

Normaal gesproken mag een cadeau vanwege een jubileum van de werkgever of de werknemer onbeperkt belastingvrij verstrekt worden. Een voorwaarde is wel dat het cadeau vooral een ideële waarde heeft. Een geschenk heeft in hoofdzaak een ideële waarde als voor de werknemer die het geschenk ontvangt, de ideële waarde duidelijk belangrijker is dan de gebruikswaarde of de verwachte opbrengst bij eventuele verkoop (geldwaarde).

ISDN-voorziening

Als bij een werknemer een ISDN-aansluiting wordt aangelegd dan kan het zakelijke deel van de aanlsuitings-, gespreks- en abonnementskosten onbelast worden vergoed.

Loopbaanonderbreking

Deze regeling voorziet in een recht op een financiële tegemoetkoming voor werknemers die langere tijd verlof opnemen voor zorg of educatie. Voorwaarde hiervoor is dat de verlofnemer wordt vervangen door een uitkeringsgerechtigde of herintreder (hoeft niet in dezelfde functie). Deze voorwaarde geldt niet als het gaat om verlof in verband met de verzorging van kinderen met een levensbedreigende ziekte of voor de verzorging van iemand die op sterven ligt (zgn. palliatief verlof). Om in aanmerking te komen voor de financiële tegemoetkoming moet minimaal een derde van de werktijd verlof opgenomen worden en een vervanger moet voor minimaal 12 uur worden aangesteld.

Motor van de zaak

De werkgever kan aan de werknemer een motorfiets ter beschikking stellen. Wanneer de werknemer de betreffende motorfiets ook gebruikt voor privé-doeleinden dan zal de werknemer in de aangifte inkomstenbelasting een bedrag bij zijn inkomen moeten optellen. De hoogte van deze bijtelling is dan gebaseerd op de werkelijke kosten.

Outplacement

Outplacement

Is de term voor diensten en adviezen voor de werknemer om op zo kort mogelijke termijn een nieuwe, passende werkomgeving te vinden. Zo kunnen bijvoorbeeld sollicitatiekosten in zijn geheel onbelast worden vergoed.

Pensioenregeling

Welbekende regeling waar op verschillende manieren invulling aan wordt gegeven. Pensioen kan worden gezien als ‘uitgesteld loon’, waarover werknemers op latere leeftijd of bij plotselinge arbeidsongeschiktheid kunnen beschikken. Ook is

vervolg: Pensioenregeling

er het nabestaandenpensioen, waarbij nabestaanden een pensioen ontvangen bij het overlijden van de bestreffende werknemer.

Ruilmogelijkheid

Het recht op nabestaandenpensioen kan worden ingeruild voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Deze regeling geldt alleen voor het pensioen dat vanaf 1 januari 2002 wordt opgebouwd.

Salary split

Het basisprincipe van salary split stelt dat het netto-inkomen van een internationaal tewerkgestelde werknemer verhoogd kan worden zonder dat ook de loonkost voor de werkgever omhoog gaat. Omgekeerd is het ook mogelijk om eenzelfde netto-inkomen toe te kennen, maar met lagere patronale kosten.

Therapeutisch mee-eten

Sommige werknemers in de gezondheids- of welzijnszorg zijn op grond van een publiekrechtelijke regeling of (collectieve) arbeidsovereenkomst verplicht samen te eten met de hen toevertrouwde patiënten, pupillen of bewoners. Voor dit therapeutisch mee-eten hoeft u bij deze werknemers niets bij het loon te tellen.

Uitkering bij overlijden

Eenmalige uitkeringen in verband met het overlijden van een werknemer, diens partner of diens kinderen zijn onder voorwaarden tot een bepaald bedrag vrijgesteld. Deze vrijstelling geldt alleen wanneer de grens van drie maanden niet wordt overschreden. Ook wanneer sprake is van een buitensporige uitkering geldt de vrijstelling.

Voordeelurenkaart

Als een werkgever aan een werknemer een voordeelurenkaart (voor Nederlands openbaar vervoer) verstrekt of vergoed, dan hoeft er geen bedrag bij het loon te worden geteld. Voorwaarde is dan wel dat deze kaart mede dient voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking (zakelijke reizen) of voor woon-werkverkeer. Als een werknemer voor zakelijke reizen gebruik maakt van de voordeelurenkaart dan kan niet meer dan het bedrag dat op het plaatsbewijs is vermeld onbelast worden vergoed.

Werkkleding

Zowel het vergoeden van werkkleding als het verstrekken ervan zijn onbelast.

| BUSINESS | noord limburg | |

Venray Boxmeer Schijndel

Hoogakker 15 Spoorstraat 73 Hoofdstraat 190

Postbus 421 Postbus 142 Postbus 340

5800 AK Venray 5830 AC Boxmeer 5480 AH Schijndel

T: (0478) 55 47 00 T: (0485) 56 12 00 T: (073) 547 29 00

F: (0478) 55 47 05 F: (0485) 56 12 05 F: (073) 547 29 05

website: www.bolaccountants.nl | e-mail: info@bolaccountants.nl

| | noord limburg | BUSINESS|

| column | Bol Accountants b.v. | met: frans tijssen ra | juni 2006 |

De verantwoorde bedrijfsopvolging

Management Buy-Out (MBO)

Het grote aantal bedrijven dat te koop aangeboden wordt kan ertoe leiden dat uw bedrijf moeilijk verkoopbaar is en kan een nadelig effect op de prijs hebben. De verkoop van uw onderneming hoeft echter niet noodzakelijk aan een externe partij te zijn. Als u overtuigd bent van de ondernemerscapaciteiten van het zittende management van uw bedrijf kunt u overwegen om het bedrijf aan dit management over te dragen (MBO). Terwijl bedrijfsoverdracht op zich al een complex proces is, dat om tijdige voorbereiding en professionele begeleiding vraagt, voegt het MBO proces hier nog een dimensie aan toe. Wanneer het zittende management uw onderneming gaat overnemen, ontstaat er een belangentegenstelling tussen u en het management. Het is dan ook van zeer groot belang dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de belangen van de verschillende betrokken partijen.

De specifieke kenmerken van een MBO vragen om een aanpak die anders is dan die van een verkoop aan een externe partij. Door de grote diversiteit in de structuur van MBO’s is het dan ook niet eenvoudig om het verkoopproces van een MBO eenduidig uiteen te zetten. Omdat elke transactie op zichzelf staat is het noodzakelijk om voor elk van deze individuele processen een stappenplan op te stellen dat afgestemd is op uw situatie.

Management Buy-In (MBI)

Indien u echter niet overtuigd bent van de ondernemerscapaciteiten van het zittende management of indien het zittende management niet de ambitie heeft om tot het ondernemerschap over te gaan, wil dit niet zeggen dat u noodgedwongen uw bedrijf moet verkopen aan een externe strategische of financiële partij. In een dergelijke situatie is het wellicht raadzaam om een opvolger van buitenaf te werven en om deze vervolgens werkzaam te laten zijn in het bedrijf. In deze inwerkfase kunt u de beoogde opvolger van dichtbij coachen zodat deze klaargestoomd wordt om de verantwoordelijkheid voor de organisatie op zich te nemen en medewerkers de tijd krijgen om te wennen aan hun nieuwe werkgever. Bij vrijwel iedere transactie in het MKB blijkt dat een bedrijf meer is dan een economische eenheid. Persoonsgebondenheid en cultuurgebondenheid zijn niet te onderschatten verschijnselen. Tegelijkertijd kunt u zelf langzaam maar zeker gefaseerd afstand nemen van de onderneming. Terwijl dit een emotioneel en confronterend proces is, wordt bij gebruikmaking van deze overdrachtsvorm op verantwoorde wijze de waarde van het bedrijf zeker gesteld en kunt u in alle rust en onder de beste condities uw levenswerk verzilveren.

Ondersteuning

Zowel bij een MBO als bij een MBI zijn er veel vraagstukken op te lossen in de periode tot aan het definitief overdragen aan de opvolger. Het vaststellen van de waarde van het bedrijf, het arrangeren van een passende financiering en de fiscale en juridische struikelblokken zijn steeds terugkerende aspecten. Bij een MBI komt daar nog de vraag bij of de beoogde opvolger uit het juiste hout gesneden is en of deze persoon binnen het bedrijf past. Bij al deze facetten kunnen Bol Accountants B.V. en Fintram Business Valuators B.V. u op persoonlijke, professionele en prestatiegerichte wijze bijstaan.

In een recent verschenen rapport van het Ministerie van Economische zaken en onderzoeksbureau EIM is wederom benadrukt dat Nederlandse ondernemers de komende jaren te maken krijgen met een opvolgingsprobleem. Een groot deel van de ondernemingen in het MKB, de hoeksteen van de Nederlandse economie, wordt geleid door en is eigendom van ondernemers die geboren zijn in de naoorlogse geboortegolf. Deze babyboom vormt de basis voor het feit dat in Nederland zo’n 180.000 bedrijven te koop aangeboden zullen worden in het aankomende decennium.

frans tijssen ra, partner bol accountants b.v.

www.noordlimburgbusiness.nl

BUSINESS special

VENRAY

Zakenmagazine voor ondernemers en bestuurders in Noord Limburg, Foto: Bert Smits, Vierlingsbeek

Wethouder Lei Heldens

Fotografie: Mijntje Wismans, Venray.

Dorpse sfeer met stadse kwaliteiten

Het meest kenmerkende aan de gemeente Venray is misschien wel het feit dat Venray zowel een dorp als een stad is. Ontstaan als ‘dorp in de Peel’, maakte Venray door de jaren heen een forse groei door, zowel economisch en qua inwonersaantal als qua voorzieningen en werkgelegenheid. Welke ontwikkelingen staan Venray nog te wachten en wat maakt Venray nou eigenlijk écht Venray? Een gesprek met Lei Heldens (Wethouder Economische Zaken en Grondbedrijf) en Frans Cortenbach (Accountmanager Bedrijven) bij de gemeente Venray.

| | noord limburg | BUSINESS|

| interview | Gemeente Venray | met: lei heldens en frans cortenbach | juni 2006 |

Vooral de laatste jaren is Venray economisch gezien flink aan het groeien. “We zijn als regio Venray onderdeel van de regio Noord-Limburg, waarbinnen we samen met Venlo stevig de kar trekken”, legt Heldens uit. “We groeien snel. De laatste vier à vijf jaar hebben we in een behoorlijk tempo industrieterrein Smakterheide 2 vol gekregen. Nu zijn we bezig met het ontwikkelen van De Hulst 2 en gaan we aan de slag met De Blakt als nieuw te beginnen terrein. Bij elkaar gaan we de komende jaren nog zo’n zeventig hectare industrieterrein in gebruik zetten. Qua acquisitie heeft Venray voor De Blakt het eerste bedrijf zelfs al binnengehaald. Er is sowieso heel veel belangstelling. Zowel voor De Hulst 2 als voor De Blakt loopt het goed. Wat dat betreft profiteren we gewoon van de geweldige ligging die Venray heeft. Langs de A73 bijvoorbeeld, wat gewoon een belangrijke verkeersader is. Bovendien wordt vervoer over water hier ook in toenemende mate een belangrijke logistieke stroom. Daarin is de haven van Wanssum, die echt ‘booming’ groeit, heel belangrijk. Als je kijkt naar deze regio en ook naar Venlo, dan zie je gewoon dat het een plek is met grote logistieke mogelijkheden.”

Koppeling

Een veel gehoord probleem is dat veel industrie vanuit onder andere Noord-Limburg uit kostenoverwegingen naar de lagelonenlanden zou vertrekken. “Ik nuanceer dat toch een beetje”, zegt Heldens daar over. “Zo slecht gaat het hier wat dat betreft helemaal niet. Maakindustrie heeft hier echt wel toekomst, dat bewijzen sommige bedrijven ook wel. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar een bedrijf als Inalfa Roof Systems. Ik zie in deze regio een aantal sterke bedrijven. Op het moment dat je daar kennis kunt toevoegen en toegevoegde waarde activiteiten kunt uitnutten, dan ben ik niet zo pessimistisch.” Vanuit de gemeente wordt volgens Heldens en Cortenbach ook voldoende gedaan om zulke bedrijvigheid in de regio te houden. Heldens: “Absoluut, we proberen bijvoorbeeld veel innovaties te stimuleren en leggen koppelingen tussen de kennisinstituten en de ondernemers. Dat is natuurlijk erg belangrijk. Koppeling tussen onderwijs, trainingen, opleidingen en de ondernemerswereld. Als overheid kun je in een regiefunctie best wel wat doen om zulke partijen bij elkaar te brengen. Een simpel voorbeeld daarvan is wat op De Hulst 2 gebeurt. Het ROC Gilde Opleidingen gaat daar namelijk een heel nieuwe school bouwen. Ik ben blij dat ze juist die plek kiezen. Ze zitten daar dadelijk namelijk helemaal op het industrieterrein en ingebed tussen de industriële ontwikkelingen. Dan is een koppeling natuurlijk dichtbij.”

Stad en dorp

“Zo’n ROC en de bedrijven zitten straks naast elkaar en als goede buren zullen ze naar elkaar toetrekken”, legt Cortenbach uit. “Bovendien komt de school recht tegenover een station te staan, wat natuurlijk helemaal ideaal is. Deze gedachtegang zie je ook terug in het beleid dat het college verwoord heeft in de Strategische Visie 2015, een toekomstvisie waarin uiteengezet wordt hoe Venray er in 2015 uit moet zien.” Wethouder Heldens vult aan: “Deze visie hebben we vorig jaar vastgesteld en hij steunt op een aantal pijlers. Bijvoorbeeld op het feit dat we Venray zien als stad én dorp. Dat zijn de twee gezichten die Venray heeft. Aan de ene kant de stad met zijn mensen, woningen en bedrijven, maar daarnaast het buitengebied met de heel fraaie kerkdorpen. Een andere pijler is dat Venray kennisintensief is. Dat stimuleren we en zoals gezegd leggen we ook koppelingen tussen de kennis en de ondernemers.” Concreet is de gemeente Venray met enkele logistieke bedrijven met enkele projecten bezig bij de invulling van De Blakt en Smakterheide. Eén daarvan is ‘onderwijs en arbeidsbemiddeling’. Cortenbach: “De werkloosheid in Venray is erg laag, maar we kijken wel naar wat we als gemeente kunnen betekenen voor de werklozen die er wél zijn. Hoe kunnen we die mensen aan het werk krijgen? Moeten die (om)geschoold worden bijvoorbeeld? Dat proberen we nu allemaal op elkaar af te stemmen.”

Samenwerken

Voor ondernemers in Noord-Limburg kan het nuttig zijn de vleugels te spreiden en dus de nabijgelegen grens over te steken naar Duitsland, al hangt het natuurlijk wel van het soort bedrijf af. “Wat ik wat dat betreft merk is dat er veel meer belangstelling is voor deze regio dan andersom”, vertelt Heldens. “We zitten hier dan ook perfect ontsloten. De A73, de Maas, Airport Weeze net over de grens. Misschien dat daar in de toekomst ook vrachtvluchten terechtkunnen, wat helemaal perfect zou zijn. Ook de haven in Wanssum is wat dat betreft natuurlijk ideaal.” Over Airport Weeze vindt op het moment in Duitsland de discussie plaats of het vliegveld al dan niet open mag blijven. Heldens en Cortenbach (en eigenlijk de hele regio wel) verwachten echter dat het gewoon open blijft. Cortenbach: “Het is in ieder geval zo dat er vanaf deze kant van de grens veel steun is richting de andere kant. De Kamer van Koophandel ondersteunt het en hetzelfde geldt voor de gemeenten in de regio. Als we met zijn allen willen dat het overeind blijft, dan kan ik me niet voorstellen dat het niet gebeurt.” Volgens Heldens is het sowieso goed om veel te overleggen met andere gemeenten: “Een van de wapenfeiten wat dat betreft is natuurlijk het binnenhalen van de Floriade. Dat is een enorm belangrijk evenement voor de regio. Het biedt sowieso al veel werkgelegenheid om überhaupt al zo ver te komen, maar ook voor de periode daarna zal het een enorme boost zijn. Als het straks zover is dan komen er miljoenen mensen op af. Die moeten allemaal vervoerd worden, ze moeten allemaal eten en ze zullen ’s nachts allemaal een bed nodig hebben. Dat heeft een enorme impact en daar kun je handig gebruik van maken. De ondernemers in de regio zijn zich daar al op aan het voorbereiden. Je ziet bijvoorbeeld dat ze gaan samenwerken om orders binnen te krijgen.” De Floriade is volgens Cortenbach een evenement waar je als regio nog lang plezier van kan hebben: “Dat geldt vooral voor de horeca en de recreatie. Je hebt hier in Noord-Limburg meer recreatieovernachtingen dan in het zuiden, terwijl het zuiden wel die naam heeft. Het fietspadenplan is hier bijvoorbeeld ook perfect. Het lijkt nu nog lang voor de Floriade daadwerkelijk hier is, maar het is nog maar zes jaar en voor je het weet is het zo ver.”

Kwaliteit

Venray kent een diversiteit aan woonmilieus. “Qua voorzieningen kennen we hier stadse kwaliteiten, maar we hebben niet de stadse problemen”, legt Heldens uit. “Het is allemaal nog te overzien en dat maakt Venray gewoon een fijne plek om te wonen en te werken. We hebben op zich veel bedrijven en mensen hier, maar de anonimiteit van de stad heb je hier niet.” Cortenbach is het daar mee eens: “Dat wordt ook gestuurd door het college. Qua woningen bouwen we geen rijtjes recht toe recht aan, maar stimuleren we gevarieerde bouw voor alle mensen. Het is trouwens ook een feit dat de mensen die hier wonen doorgaans erg gemotiveerd zijn en bereid zijn de handen uit de mouwen te steken. Daarom kennen we hier ook weinig werkloosheid en wat dat betreft steken we ook goed af bij andere gemeenten.” Heldens beaamt dat: “De mensen hier willen werken. ‘Niet lullen, maar poetsen’, dat is de mentaliteit die heerst. Bovendien willen we groei door kwaliteit en geen groei door kwantiteit. Niet groeien om het groeien dus en dan moet je soms ook nee durven zeggen tegen bedrijven wanneer ze niet passen in de visie die wij uitdragen.”

Luisteren naar ondernemers

Ook voor startende ondernemers kan de gemeente Venray het nodige betekenen. Cortenbach: “Als een bedrijf interesse toont dan pikken wij dat op. We praten met ze, kijken wat ze willen en wanneer het serieus wordt dan proberen we ze in alles te begeleiden en waar mogelijk te faciliteren. Zoals wethouder Heldens ook al zei moet zo’n bedrijf natuurlijk wel daadwerkelijk iets toevoegen. Als we merken dat dit inderdaad het geval is dan gaan we er ook voor, maar je moet inderdaad soms ook ‘nee’ durven verkopen.” Volgens Cortenbach is het als overheid zaak om goed te luisteren naar de ondernemers, of het daarbij nou gaat om starters of om de gevestigde orde: “Je moet ze bijstaan, je moet in netwerken zitten en je gezicht laten zien. We zijn uiteraard niet uniek en voor de bedrijven gaat het dus voor een groot deel om het gevoel dat ze meekrijgen. Dat goede gevoel willen wij ze geven door ze waar mogelijk te helpen. Je kunt immers wel beren op de weg zetten, maar je kunt ze er ook vanaf halen en dat werkt veel beter.”

Alle informatie over de gemeente Venray is te vinden op www.venray.nl

| juni 2006 | met: lei heldens en frans cortenbach | Gemeente Venray | interview |

Vooral de laatste jaren is Venray economisch gezien flink aan het groeien. “We zijn als regio Venray onderdeel van de regio Noord-Limburg, waarbinnen we samen met Venlo stevig de kar trekken”, legt Heldens uit. “We groeien snel. De laatste vier à vijf jaar hebben we in een behoorlijk tempo industrieterrein Smakterheide 2 vol gekregen. Nu zijn we bezig met het ontwikkelen van De Hulst 2 en gaan we aan de slag met De Blakt als nieuw te beginnen terrein. Bij elkaar gaan we de komende jaren nog zo’n zeventig hectare industrieterrein in gebruik zetten. Qua acquisitie heeft Venray voor De Blakt het eerste bedrijf zelfs al binnengehaald. Er is sowieso heel veel belangstelling. Zowel voor De Hulst 2 als voor De Blakt loopt het goed. Wat dat betreft profiteren we gewoon van de geweldige ligging die Venray heeft. Langs de A73 bijvoorbeeld, wat gewoon een belangrijke verkeersader is. Bovendien wordt vervoer over water hier ook in toenemende mate een belangrijke logistieke stroom. Daarin is de haven van Wanssum, die echt ‘booming’ groeit, heel belangrijk. Als je kijkt naar deze regio en ook naar Venlo, dan zie je gewoon dat het een plek is met grote logistieke mogelijkheden.”

Koppeling

Een veel gehoord probleem is dat veel industrie vanuit onder andere Noord-Limburg uit kostenoverwegingen naar de lagelonenlanden zou vertrekken. “Ik nuanceer dat toch een beetje”, zegt Heldens daar over. “Zo slecht gaat het hier wat dat betreft helemaal niet. Maakindustrie heeft hier echt wel toekomst, dat bewijzen sommige bedrijven ook wel. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar een bedrijf als Inalfa Roof Systems. Ik zie in deze regio een aantal sterke bedrijven. Op het moment dat je daar kennis kunt toevoegen en toegevoegde waarde activiteiten kunt uitnutten, dan ben ik niet zo pessimistisch.” Vanuit de gemeente wordt volgens Heldens en Cortenbach ook voldoende gedaan om zulke bedrijvigheid in de regio te houden. Heldens: “Absoluut, we proberen bijvoorbeeld veel innovaties te stimuleren en leggen koppelingen tussen de kennisinstituten en de ondernemers. Dat is natuurlijk erg belangrijk. Koppeling tussen onderwijs, trainingen, opleidingen en de ondernemerswereld. Als overheid kun je in een regiefunctie best wel wat doen om zulke partijen bij elkaar te brengen. Een simpel voorbeeld daarvan is wat op De Hulst 2 gebeurt. Het ROC Gilde Opleidingen gaat daar namelijk een heel nieuwe school bouwen. Ik ben blij dat ze juist die plek kiezen. Ze zitten daar dadelijk namelijk helemaal op het industrieterrein en ingebed tussen de industriële ontwikkelingen. Dan is een koppeling natuurlijk dichtbij.”

Stad en dorp

“Zo’n ROC en de bedrijven zitten straks naast elkaar en als goede buren zullen ze naar elkaar toetrekken”, legt Cortenbach uit. “Bovendien komt de school recht tegenover een station te staan, wat natuurlijk helemaal ideaal is. Deze gedachtegang zie je ook terug in het beleid dat het college verwoord heeft in de Strategische Visie 2015, een toekomstvisie waarin uiteengezet wordt hoe Venray er in 2015 uit moet zien.” Wethouder Heldens vult aan: “Deze visie hebben we vorig jaar vastgesteld en hij steunt op een aantal pijlers. Bijvoorbeeld op het feit dat we Venray zien als stad én dorp. Dat zijn de twee gezichten die Venray heeft. Aan de ene kant de stad met zijn mensen, woningen en bedrijven, maar daarnaast het buitengebied met de heel fraaie kerkdorpen. Een andere pijler is dat Venray kennisintensief is. Dat stimuleren we en zoals gezegd leggen we ook koppelingen tussen de kennis en de ondernemers.” Concreet is de gemeente Venray met enkele logistieke bedrijven met enkele projecten bezig bij de invulling van De Blakt en Smakterheide. Eén daarvan is ‘onderwijs en arbeidsbemiddeling’. Cortenbach: “De werkloosheid in Venray is erg laag, maar we kijken wel naar wat we als gemeente kunnen betekenen voor de werklozen die er wél zijn. Hoe kunnen we die mensen aan het werk krijgen? Moeten die (om)geschoold worden bijvoorbeeld? Dat proberen we nu allemaal op elkaar af te stemmen.”

Samenwerken

Voor ondernemers in Noord-Limburg kan het nuttig zijn de vleugels te spreiden en dus de nabijgelegen grens over te steken naar Duitsland, al hangt het natuurlijk wel van het soort bedrijf af. “Wat ik wat dat betreft merk is dat er veel meer belangstelling is voor deze regio dan andersom”, vertelt Heldens. “We zitten hier dan ook perfect ontsloten. De A73, de Maas, Airport Weeze net over de grens. Misschien dat daar in de toekomst ook vrachtvluchten terechtkunnen, wat helemaal perfect zou zijn. Ook de haven in Wanssum is wat dat betreft natuurlijk ideaal.” Over Airport Weeze vindt op het moment in Duitsland de discussie plaats of het vliegveld al dan niet open mag blijven. Heldens en Cortenbach (en eigenlijk de hele regio wel) verwachten echter dat het gewoon open blijft. Cortenbach: “Het is in ieder geval zo dat er vanaf deze kant van de grens veel steun is richting de andere kant. De Kamer van Koophandel ondersteunt het en hetzelfde geldt voor de gemeenten in de regio. Als we met zijn allen willen dat het overeind blijft, dan kan ik me niet voorstellen dat het niet gebeurt.” Volgens Heldens is het sowieso goed om veel te overleggen met andere gemeenten: “Een van de wapenfeiten wat dat betreft is natuurlijk het binnenhalen van de Floriade. Dat is een enorm belangrijk evenement voor de regio. Het biedt sowieso al veel werkgelegenheid om überhaupt al zo ver te komen, maar ook voor de periode daarna zal het een enorme boost zijn. Als het straks zover is dan komen er miljoenen mensen op af. Die moeten allemaal vervoerd worden, ze moeten allemaal eten en ze zullen ’s nachts allemaal een bed nodig hebben. Dat heeft een enorme impact en daar kun je handig gebruik van maken. De ondernemers in de regio zijn zich daar al op aan het voorbereiden. Je ziet bijvoorbeeld dat ze gaan samenwerken om orders binnen te krijgen.” De Floriade is volgens Cortenbach een evenement waar je als regio nog lang plezier van kan hebben: “Dat geldt vooral voor de horeca en de recreatie. Je hebt hier in Noord-Limburg meer recreatieovernachtingen dan in het zuiden, terwijl het zuiden wel die naam heeft. Het fietspadenplan is hier bijvoorbeeld ook perfect. Het lijkt nu nog lang voor de Floriade daadwerkelijk hier is, maar het is nog maar zes jaar en voor je het weet is het zo ver.”

Kwaliteit

Venray kent een diversiteit aan woonmilieus. “Qua voorzieningen kennen we hier stadse kwaliteiten, maar we hebben niet de stadse problemen”, legt Heldens uit. “Het is allemaal nog te overzien en dat maakt Venray gewoon een fijne plek om te wonen en te werken. We hebben op zich veel bedrijven en mensen hier, maar de anonimiteit van de stad heb je hier niet.” Cortenbach is het daar mee eens: “Dat wordt ook gestuurd door het college. Qua woningen bouwen we geen rijtjes recht toe recht aan, maar stimuleren we gevarieerde bouw voor alle mensen. Het is trouwens ook een feit dat de mensen die hier wonen doorgaans erg gemotiveerd zijn en bereid zijn de handen uit de mouwen te steken. Daarom kennen we hier ook weinig werkloosheid en wat dat betreft steken we ook goed af bij andere gemeenten.” Heldens beaamt dat: “De mensen hier willen werken. ‘Niet lullen, maar poetsen’, dat is de mentaliteit die heerst. Bovendien willen we groei door kwaliteit en geen groei door kwantiteit. Niet groeien om het groeien dus en dan moet je soms ook nee durven zeggen tegen bedrijven wanneer ze niet passen in de visie die wij uitdragen.”

Luisteren naar ondernemers

Ook voor startende ondernemers kan de gemeente Venray het nodige betekenen. Cortenbach: “Als een bedrijf interesse toont dan pikken wij dat op. We praten met ze, kijken wat ze willen en wanneer het serieus wordt dan proberen we ze in alles te begeleiden en waar mogelijk te faciliteren. Zoals wethouder Heldens ook al zei moet zo’n bedrijf natuurlijk wel daadwerkelijk iets toevoegen. Als we merken dat dit inderdaad het geval is dan gaan we er ook voor, maar je moet inderdaad soms ook ‘nee’ durven verkopen.” Volgens Cortenbach is het als overheid zaak om goed te luisteren naar de ondernemers, of het daarbij nou gaat om starters of om de gevestigde orde: “Je moet ze bijstaan, je moet in netwerken zitten en je gezicht laten zien. We zijn uiteraard niet uniek en voor de bedrijven gaat het dus voor een groot deel om het gevoel dat ze meekrijgen. Dat goede gevoel willen wij ze geven door ze waar mogelijk te helpen. Je kunt immers wel beren op de weg zetten, maar je kunt ze er ook vanaf halen en dat werkt veel beter.”

Alle informatie over de gemeente Venray is te vinden op www.venray.nl

Inalfa: - Inalfa Roof Systems

Fotografie: Bert Smits, Vierlingsbeek.

| BUSINESS | noord limburg | |

| juni 2006 | met: lei heldens en frans cortenbach | Gemeente Venray | interview |

Diversiteit in woonmilieus

Fotografie: Bert Smits, Vierlingsbeek.

| BUSINESS | noord limburg | |

Rabobank Venray Meerlo-Wanssum:

Toonaangevend, betrokken en integer

Midden in het hart van Venray staat het fraaie pand van Rabobank Venray Meerlo-Wanssum. Sinds de opknapbeurt die het pand enige tijd geleden gekregen heeft is ook de afdeling ‘Bedrijven’ in Venray gevestigd. “Vanaf oktober 2004 zitten alle disciplines met de verschillende specialismen samen in een pand. We zitten we op een centraal punt en je kunt er gewoon niet omheen”, vertelt directeur Bedrijven Willie Koonings desgevraagd. Het past perfect bij de plannen die de Rabobank hier heeft: zich meer en meer profileren als een échte bedrijvenbank, waar je niet meer omheen kunt.

| interview | Rabobank Venray Meerlo-Wanssum | met: willie koonings | juni 2006 |

De drie vestigingen die Rabobank Venray telt – naast Venray zijn er namelijk ook vestigingen in Wanssum en Well – bouwen nu zo’n vijf jaar aan een stukje stabiliteit. “we hebben als doelstelling om voor het gebied tussen de Brabantse en de Duitse grens een echte bedrijvenbank te zijn. In alle segmenten zijn we marktleider. Vooral in de agrarische sector en het MKB doen we het heel goed, maar op de industrieterreinen hebben we zeker nog wat te winnen. Onze ambitie voor verdere groei ligt dan ook zeker daar.”

Toonaangevend

“Wij zijn als Rabobank een coöperatie”, legt Koonings uit. “Onze missie is dat wij onze klanten helpen hun ambities te realiseren. Daar geloof ik dus ook echt in. Klanttevredenheid is voor ons de belangrijkste indicator, waarbij we natuurlijk ook een goed financieel resultaat willen neerzetten.” Koonings en consorten willen die tevredenheid bereiken aan de hand van drie belangrijke kernwaarden die de bank heeft: toonaangevend, integer en betrokken. Koonings legt uit: “Toonaangevend in de zin dat we op alle fronten marktleider willen zijn. Ook vinden we het belangrijk om het werk elke dag weer beter te doen, we willen leren. Bovendien willen we in de toekomst door alle ondernemers als eerste genoemd worden als dé bank voor de bedrijven in de regio Venray. We zijn in de afgelopen drie jaar door de grote bedrijven twee keer uitgeroepen tot Zakenbank van het Jaar. Als onderdeel van het Rabobank-netwerk kunnen we volop gebruik maken van onder andere Rabobank Corporate Cliënts, Schretlen, Interpolis en de Lage Landen. Op deze wijze kunnen we aan elke vraag, zowel nationaal als internationaal voldoen.”

Betrokken

Betrokkenheid is een tweede belangrijk punt voor Rabobank Venray. “We zijn zeer maatschappelijk betrokken en staan dan ook dicht bij de mensen. We staan letterlijk en figuurlijk midden in de samenleving en doen veel aan lokale sponsoring”, vertelt Koonings. De bedrijven merken dat ook, vertelt hij: “We zijn bijvoorbeeld een van de hoofdsponsoren van Kies Techniek, een manifestatie om leerlingen van basisscholen kennis te laten maken met techniek. Ook zijn we betrokken bij Connect, van MKB Limburg. Dat is bedoeld voor innovatieve bedrijven, die ondersteuning nodig hebben om hun creativiteit te vertalen naar een business-case.” De Rabobank is ook betrokken bij ‘J.O.O.P.’, Jonge Ondernemers Op Pad. “Een lokaal initiatief met BOL Accountants”, licht Koonings toe. “We brengen jonge ondernemers bij elkaar om in een businessschool-achtige setting met en van elkaar te leren. Verder zijn we door onze uitgebreide netwerken continu bezig met beïnvloeding van de mogelijkheden voor ondernemers.” Betrokkenheid alom dus en bovendien zorgen de adviseurs van de Rabobank er voor minstens een keer per jaar met iedere klant om de tafel te zitten. “We kennen de branche heel goed, en spiegelen deze aan de ambities en de strategie van onze klanten.”

Integer

Ook integriteit is iets waar Rabobank Venray zwaar aan tilt. Koonings: “We sparren met de kant en zorgen dat we precies weten wat hij wil en pas dan komen we met oplossingen. We verkopen niet iets wat de klant niet nodig heeft, maar verkopen alles wat hij wel nodig heeft. Elke klant is namelijk uniek, met een eigen strategie en dus heeft elk bedrijf andere oplossingen nodig.” Rabobank Venray heeft deze kernwaarden mede vertaald naar het gebouw waar het gevestigd is. “In dit gebouw hebben we tal van spreekkamers die we allemaal een naam hebben gegeven van een grote persoonlijkheden”, vertelt Koonings. “Zo hebben we bijvoorbeeld Gandhi, Johan Cruyff, Prins Claus en Walt Disney. In elke kamer staat dan ook een uitspraak van de betreffende persoon op de muur. Het zijn stuk voor stuk uitspraken die passen bij hoe wij met onze klanten willen omgaan. Van de uitspraak van Claus (‘Wij hebben de aarde niet als een kostbare erfenis in beheer, maar we hebben haar van onze kinderen te leen’) straalt onze maatschappelijke betrokkenheid uit, die van Gandhi (‘Je zult oogsten wat je gezaaid hebt. Het probleem van veel mensen is dat ze willen oogsten op plaatsen waar niet gezaaid is’) past bij het relatiebeheer en die van Walt Disney (‘If you can dream it, you can do it’) past bij de ambities van ons en onze klanten. We geven er puur een lokale invulling aan en dat is precies hoe wij aankijken tegen onze dienstverlening.”

Continuïteit

Volgens Koonings zijn er voldoende redenen waarom een bedrijf juist bij de Rabobank zou moeten aankloppen, maar het zit ‘m volgens hem vooral in de manier waarop de bank zijn taken lokaal invult: “Daarmee bedoel ik dat we lokaal heel goed weten wat er speelt. We onderscheiden ons door de mensen die hier zitten en het feit dat ze lokaal zo goed de weg weten zodat we producten op de juiste manier en op het juiste moment leveren. Daardoor kunnen we continuïteit en toegevoegde waarde bieden. Wij hebben hier veertig mensen die zich met de bedrijvenmarkt en de behoeften op het gebied van financieren, financiële logistiek, treasury, verzekeren, private banking en management buy-outs en dergelijke bezighouden.” Ander pluspunt van Rabobank Venray is het feit dat de bank gaat voor de beste prijs-kwaliteitverhouding. Koonings: “We hoeven niet persé de goedkoopste te zijn, maar wel degene met de beste prijs-kwaliteitverhouding. Dat is onderscheidend omdat we tegen marktconforme prijzen een product bieden op een wijze die voor veel ondernemers toegevoegde waarde biedt.”

Mooi vooruitzicht

Koonings zelf is geboren en getogen in de regio en kent dus het reilen en zeilen in Venray en omstreken. Op de vraag of het ondernemersklimaat in de gemeente voldoende gestimuleerd wordt antwoordt hij tweeslachtig: “Van de ene kant vind ik wel dat er voldoende gestimuleerd wordt, maar ik vind dat de echte doorbraak nog achterwege blijft. De echte groei moet volgens mij nog komen. Er komen al wel wat nieuwe ondernemingen hier naar toe, maar de mogelijkheden kunnen nog veel beter benut worden. Verschillende partijen zijn er volop mee bezig. Ik heb het volste vertrouwen in de ontwikkelpotentie van deze mooie omgeving en dat is, ook voor ons, een mooi vooruitzicht. Voldoende mogelijkheden en uitdagingen voor ondernemers, het wordt tijd voor de Rabobank.”

Indien u n.a.v. dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Rabobank Venray Meerlo-Wanssum telefoon 0478-530300.

| juni 2006 | met: willie koonings | Rabobank Venray Meerlo-Wanssum | interview |

De drie vestigingen die Rabobank Venray telt – naast Venray zijn er namelijk ook vestigingen in Wanssum en Well – bouwen nu zo’n vijf jaar aan een stukje stabiliteit. “we hebben als doelstelling om voor het gebied tussen de Brabantse en de Duitse grens een echte bedrijvenbank te zijn. In alle segmenten zijn we marktleider. Vooral in de agrarische sector en het MKB doen we het heel goed, maar op de industrieterreinen hebben we zeker nog wat te winnen. Onze ambitie voor verdere groei ligt dan ook zeker daar.”

Toonaangevend

“Wij zijn als Rabobank een coöperatie”, legt Koonings uit. “Onze missie is dat wij onze klanten helpen hun ambities te realiseren. Daar geloof ik dus ook echt in. Klanttevredenheid is voor ons de belangrijkste indicator, waarbij we natuurlijk ook een goed financieel resultaat willen neerzetten.” Koonings en consorten willen die tevredenheid bereiken aan de hand van drie belangrijke kernwaarden die de bank heeft: toonaangevend, integer en betrokken. Koonings legt uit: “Toonaangevend in de zin dat we op alle fronten marktleider willen zijn. Ook vinden we het belangrijk om het werk elke dag weer beter te doen, we willen leren. Bovendien willen we in de toekomst door alle ondernemers als eerste genoemd worden als dé bank voor de bedrijven in de regio Venray. We zijn in de afgelopen drie jaar door de grote bedrijven twee keer uitgeroepen tot Zakenbank van het Jaar. Als onderdeel van het Rabobank-netwerk kunnen we volop gebruik maken van onder andere Rabobank Corporate Cliënts, Schretlen, Interpolis en de Lage Landen. Op deze wijze kunnen we aan elke vraag, zowel nationaal als internationaal voldoen.”

Betrokken

Betrokkenheid is een tweede belangrijk punt voor Rabobank Venray. “We zijn zeer maatschappelijk betrokken en staan dan ook dicht bij de mensen. We staan letterlijk en figuurlijk midden in de samenleving en doen veel aan lokale sponsoring”, vertelt Koonings. De bedrijven merken dat ook, vertelt hij: “We zijn bijvoorbeeld een van de hoofdsponsoren van Kies Techniek, een manifestatie om leerlingen van basisscholen kennis te laten maken met techniek. Ook zijn we betrokken bij Connect, van MKB Limburg. Dat is bedoeld voor innovatieve bedrijven, die ondersteuning nodig hebben om hun creativiteit te vertalen naar een business-case.” De Rabobank is ook betrokken bij ‘J.O.O.P.’, Jonge Ondernemers Op Pad. “Een lokaal initiatief met BOL Accountants”, licht Koonings toe. “We brengen jonge ondernemers bij elkaar om in een businessschool-achtige setting met en van elkaar te leren. Verder zijn we door onze uitgebreide netwerken continu bezig met beïnvloeding van de mogelijkheden voor ondernemers.” Betrokkenheid alom dus en bovendien zorgen de adviseurs van de Rabobank er voor minstens een keer per jaar met iedere klant om de tafel te zitten. “We kennen de branche heel goed, en spiegelen deze aan de ambities en de strategie van onze klanten.”

Integer

Ook integriteit is iets waar Rabobank Venray zwaar aan tilt. Koonings: “We sparren met de kant en zorgen dat we precies weten wat hij wil en pas dan komen we met oplossingen. We verkopen niet iets wat de klant niet nodig heeft, maar verkopen alles wat hij wel nodig heeft. Elke klant is namelijk uniek, met een eigen strategie en dus heeft elk bedrijf andere oplossingen nodig.” Rabobank Venray heeft deze kernwaarden mede vertaald naar het gebouw waar het gevestigd is. “In dit gebouw hebben we tal van spreekkamers die we allemaal een naam hebben gegeven van een grote persoonlijkheden”, vertelt Koonings. “Zo hebben we bijvoorbeeld Gandhi, Johan Cruyff, Prins Claus en Walt Disney. In elke kamer staat dan ook een uitspraak van de betreffende persoon op de muur. Het zijn stuk voor stuk uitspraken die passen bij hoe wij met onze klanten willen omgaan. Van de uitspraak van Claus (‘Wij hebben de aarde niet als een kostbare erfenis in beheer, maar we hebben haar van onze kinderen te leen’) straalt onze maatschappelijke betrokkenheid uit, die van Gandhi (‘Je zult oogsten wat je gezaaid hebt. Het probleem van veel mensen is dat ze willen oogsten op plaatsen waar niet gezaaid is’) past bij het relatiebeheer en die van Walt Disney (‘If you can dream it, you can do it’) past bij de ambities van ons en onze klanten. We geven er puur een lokale invulling aan en dat is precies hoe wij aankijken tegen onze dienstverlening.”

Continuïteit

Volgens Koonings zijn er voldoende redenen waarom een bedrijf juist bij de Rabobank zou moeten aankloppen, maar het zit ‘m volgens hem vooral in de manier waarop de bank zijn taken lokaal invult: “Daarmee bedoel ik dat we lokaal heel goed weten wat er speelt. We onderscheiden ons door de mensen die hier zitten en het feit dat ze lokaal zo goed de weg weten zodat we producten op de juiste manier en op het juiste moment leveren. Daardoor kunnen we continuïteit en toegevoegde waarde bieden. Wij hebben hier veertig mensen die zich met de bedrijvenmarkt en de behoeften op het gebied van financieren, financiële logistiek, treasury, verzekeren, private banking en management buy-outs en dergelijke bezighouden.” Ander pluspunt van Rabobank Venray is het feit dat de bank gaat voor de beste prijs-kwaliteitverhouding. Koonings: “We hoeven niet persé de goedkoopste te zijn, maar wel degene met de beste prijs-kwaliteitverhouding. Dat is onderscheidend omdat we tegen marktconforme prijzen een product bieden op een wijze die voor veel ondernemers toegevoegde waarde biedt.”

Mooi vooruitzicht

Koonings zelf is geboren en getogen in de regio en kent dus het reilen en zeilen in Venray en omstreken. Op de vraag of het ondernemersklimaat in de gemeente voldoende gestimuleerd wordt antwoordt hij tweeslachtig: “Van de ene kant vind ik wel dat er voldoende gestimuleerd wordt, maar ik vind dat de echte doorbraak nog achterwege blijft. De echte groei moet volgens mij nog komen. Er komen al wel wat nieuwe ondernemingen hier naar toe, maar de mogelijkheden kunnen nog veel beter benut worden. Verschillende partijen zijn er volop mee bezig. Ik heb het volste vertrouwen in de ontwikkelpotentie van deze mooie omgeving en dat is, ook voor ons, een mooi vooruitzicht. Voldoende mogelijkheden en uitdagingen voor ondernemers, het wordt tijd voor de Rabobank.”

Indien u n.a.v. dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Rabobank Venray Meerlo-Wanssum telefoon 0478-530300.

willie koonings

| juni 2006 | met: ruud van roon | All-In Security | profiel |

| juni 2006 | met: peter bens | Bens Business & Finance | profiel |

Beveiliging met sneltreinvaart

In 2004 besloot Ruud van Roon onder de naam All-In Security voor zichzelf te gaan beginnen. “In eerste instantie verhuurde ik daarbij alleen mezelf”, legt hij uit. De vraag vanuit de zakelijke én de particuliere markt was echter zo groot, dat uitbreiding al snel nodig bleek: “En zo kon het dus gebeuren dat ik nu, twee jaar na de start, al tien mensen kan leveren en twee auto’s en twee motoren heb rondrijden”, aldus Van Roon.

Vliegensvlug

Het gecertificeerde All-In Security is zoals gezegd inzetbaar voor zowel particuliere als zakelijke doeleinden en doet binnen die sectoren eigenlijk álles op beveiligingsgebied. Van Roon: “We kunnen bijvoorbeeld zorgen voor alle gangbare merken alarmsystemen, maar leveren onder andere ook diensten als horecabeveiliging, objectbeveiliging, evenementenbeveiliging, mobiele surveillance en alle andere beveiligingsdiensten.” Vooral bij mobiele surveillance en alarmopvolging zet Van Roon ook de twee motoren in die beschikbaar zijn bij All-In Security: “Als er eens ergens een alarm afgaat dan zijn de motoren vliegensvlug ter plaatse. Ze hebben geen last van files en dergelijke, zijn wendbaar en ook bij stoplichten zullen ze altijd vooraan staan. Het inzetten van die voertuigen werpt gewoon zijn vruchten af.”

Honden

Criminaliteit is van alle tijden en blijft waarschijnlijk altijd wel bestaan, het belang van beveiligingsbedrijven blijft dan ook groot. All-In Security groeit dus door. “Onder de naam All-In Security Helmond VOF ben ik samen met iemand anders in Helmond een nieuw bedrijf begonnen”, legt Van Roon uit. Dat bedrijf zal zich meer gaan bezighouden met animale beveiliging. Beveiligingshonden dus, want ook dáárvoor kan men bij All-In Security terecht.

Meer informatie via: www.all-insecurity.nl,

tel.: 0478-511243 of info@all-insecurity.nl

Een beveiligingsbedrijf dat wendbare motoren inzet voor alarmopvolging en surveillance. ‘Klinkt logisch’, zult u denken, maar gemeengoed is het nog lang niet. Het Venrayse bedrijf All-In Security doet het wel en misschien is het wel mede daarom dat het bedrijf van Ruud van Roon zich met een sneltreinvaart ontwikkelt.

Schakel tussen bank en ondernemer

Ruim tien jaar lang werkte Peter Bens voor gerenommeerde banken. De denkwijze en alle ins en outs van de geldverstrekkers kent hij dus perfect. Sinds hij enkele jaren geleden in Overloon met Bens Business & Finance begon, zit hij als intermediair en adviseur dus aan de andere kant van de onderhandelingstafel. “Door bijvoorbeeld het inkrimpen van het kantorennet wordt de afstand tussen bank en klant steeds groter. In combinatie met onvoldoende kennis van financiële en bancaire zaken en een gebrek aan tijd bij de ondernemers, ontstaat de behoefte aan belangenbehartiging en advisering bij het nemen van besluiten omtrent bedrijfsfinancieringen.”

No cure, no pay

Het inhuren van Peter Bens levert bedrijven een enorme tijdsbesparing op, doordat hij het hele financieringsproces uit handen kan nemen. Het bestaanrecht van Bens Business & Finance zit ‘m volgens Bens vooral ook in het feit dat ondernemers gesprekken met de bank vaak nog moeilijk vinden: “Vooral ook in mijn doelgroep, MKB-bedrijven tot zo’n honderd medewerkers”, legt hij uit. “Ik help de ondernemers met het voorwerk. Wat is de beste vorm van financiering, wat zijn de beste voorwaarden en condities bij het verkrijgen van een lening en bij het brengen van het verhaal van de ondernemer? Ik weet precies wat de ondernemers nodig hebben en weet door mijn ervaring wat er in de hoofden van de bankiers omgaat tijdens de gesprekken. Bovendien ken ik de mensen die er toe doen in bankenland en werk ik op basis van ‘no cure, no pay’.” Ander voordeel is dat de regie en de sturing van het proces van realisatie van de financiering in eigen hand blijven. Bovendien is Bens Business & Finance op geen enkele wijze gelieerd aan een financier. Bens kan dus met alle partijen zaken doen en werkt uitsluitend voor zijn eigen klant als onafhankelijk en deskundig adviseur.”

Bens Business & Finance is te bereiken via tel: 0478 - 640 345 of e-mail: info@bensbusiness-finance.nl.

Zie ook: www.bensbusiness-finance.nl

Wie voor een bedrijfsovername staat of wie wil uitbreiden binnen het eigen bedrijf heeft geld nodig, zo simpel is het. Veelal komt het dan dus aan op een gesprek met de bank. Goed beslagen ten ijs komen is daarbij een must. Maar hoe overtuig je nu de bank dat juist jouw plannen geen weggegooid geld zijn? Peter Bens (Bens Business & Finance) staat bedrijven bij in de missie de banken te overtuigen.

| BUSINESS | noord limburg | |

ruud van roon

peter bens

Ger Camp (Numac):

“Ook hier is nog een land te winnen”

Numac (hoofdkantoor in Venray) is totaalaanbieder van onderhoud aan productielijnen. Al in 1984 legde directeur Ger Camp samen met een partner de basis voor het succesvolle bedrijf, dat inmiddels zo’n zeshonderd werknemers telt en vestigingen in het hele land (en een paar erbuiten) heeft. Vier daarvan bevinden zich in Limburg. Noord Limburg Business sprak met Camp uiteraard over Numac, maar meer nog over ondernemen in Noord-Limburg.

| interview | Numac | met: ger camp | juni 2006 |

Numac begon ruim twee decennia geleden in een klein werkplaatsje. Daaromheen vonden wat detacheringactiviteiten plaats, al stond detachering in die tijd nog in de kinderschoenen. “In het begin werkten we vooral regionaal, maar door de jaren heen hebben we ons als een olievlek verspreid”, vertelt Camp. “Inmiddels bestaat Numac uit zestien vestigingen in Nederland en nog eens twee in Duitsland en België en is er één in aanmaak in Tsjechië.” Eind jaren negentig werd besloten om de activiteiten te gaan splitsen. Camp: “We haalden de machinebouw eruit en hebben dat apart gezet. We besloten Numac voortaan te profileren als totaalaanbieder van het onderhoud. We doen onderhoud aan productielijnen, technisch onderhoud, werktuigkundig onderhoud en we doen dat eigenlijk altijd op locatie bij de klant.” Dat werk wordt gedaan door vakkundige monteurs die klanten tevens advies kunnen geven. “Bovendien hebben we software geschreven die klanten helpt met hun onderhoudsbeheer”, legt Camp uit. Het draait daarbij vooral om efficiency: hoe kunnen machines het best worden ingezet en hoe voorkom je problemen aan diezelfde machines? Repareren voordat het kapot is, dáár gaat het om bij Numac.

Noord-Limburg en Duitsland

Numac levert haar diensten in verschillende landen. “Maar in Nederland is het wel veel verder gevorderd dan in bijvoorbeeld Duitsland”, vertelt Camp. “Daar moeten ze echt nog wennen aan deze manier van werken. Ze zijn daar nog gewend het vooral allemaal zelf te doen. Dat zit nu eenmaal in de cultuur. Wat de baas zegt wordt zo snel mogelijk uitgevoerd. Ze zijn er nog een beetje behoudend in, maar die markt is wel aan het openbreken.” Een mooie uitdaging voor Numac dus. “Ik heb zelfs een cursus ‘Omgaan met Duitsers’ gevolgd en als je dat eenmaal allemaal door hebt dan is het prettig zakendoen in Duitsland”, zegt Camp. “We zitten hier precies naast Nordhein-Westfalen, een gebied dat even groot is als Nederland en zelfs meer inwoners telt. Als je het kunstje hier kunt doen, dan kun je het daar natuurlijk nog een keer herhalen.” Camp vindt sowieso dat er voor veel Noord-Limburgse ondernemers nog een wereld te winnen valt in Duitsland. “Er wordt denk ik nog te weinig gebruik van gemaakt. Als je van hieruit werk moet gaan doen naar de Randstad dan ben je heel veel tijd kwijt, dus lijkt het me logisch de zogenaamde ‘Euregio’ zo goed mogelijk te benutten. We hebben in Limburg een fantastisch gebied, met een mooie infrastructuur, weinig files en een gigantische markt. Als Limburger kun je dus fantastisch zakendoen. In de media wordt nogal eens gesproken over ‘het balkon van Europa’. Dit is een gebied waar elke randstedeling eigenlijk jaloers op zou moeten zijn. Je moet je alleen even interesseren in de Belgen en de Duitsers, maar dan gaat er ook een wereld voor je open. Soms wordt gezegd dat Duitsers in het zakendoen afstandelijk zijn, maar als je als Nederlander probeert daar met de juiste attitude naar toe te gaan dan wordt je met open armen ontvangen. Ik vind het dan ook een fantastisch volk, eerlijk waar.”

Afstandelijk

Het ondernemersklimaat in de regio Venray ervaart Camp als prettig. “Al is het wel zonde dat we veel industrie verliezen doordat bedrijven ervoor kiezen hun productie naar Oost-Europa of China te verleggen. Ik vind het ook zonde voor de jeugd die zegt ‘ik kies niet voor een Hbo-opleiding, maar wil beroepsgericht bezig zijn’. Ze krijgen hier minder mogelijkheden omdat er veel industrie vertrokken is. Vroeger hadden we bijvoorbeeld bij iedere MTS vier opleidingen MTS Werktuigbouwkunde. Nu krijg je met veel pijn en moeite één klas vol.” Camp vermoedt dat het iets is dat in heel Nederland wel enigszins speelt, maar wat zou er nu aan gedaan kunnen worden? “Werkgevers en werknemers zouden meer met elkaar moeten praten. Wat vinden we interessant? Ik vind het ook raar dat we in Nederland nog geen Minister van Industrie hebben. Je kunt wel zeggen dat Nederland een kennisland moet worden, maar als je niks hebt om die kennis op uit te proberen, wat dan?” Camp vindt sowieso dat de relatie tussen ondernemers en de overheden vaak wel wat beter zou kunnen, hoewel het lang niet slecht is volgens hem: “Het is soms nog wat afstandelijk en zou best wat warmer mogen. Misschien moeten we ons wat meer voor elkaar interesseren om vervolgens samen het tij te keren. Ik weet ook wel dat het als ondernemer interessant is om naar China te gaan en vreselijk veel geld te gaan verdienen, maar ook hier ligt nog een heel land te winnen denk ik dan.”

Bedrijfsschool

Om de industrie een impuls te geven wil Camp samen met enkele andere bedrijven een bedrijfsschool gaan opzetten. “Als Numac – en dat geldt ook voor de andere bedrijven – moet je oppassen dat je niet opnieuw het wiel uitvindt en daarom moet je hierin met elkaar samenwerken”, legt hij uit. “Bedrijfsscholen hebben natuurlijk veel ervaring, weten hoe ze zoiets moeten organiseren, hoe ze cursusboeken moeten maken en ze kunnen de juiste docenten aanstellen. Wij bieden daarbij dan stageplaatsen aan zodat de leerlingen ook alvast aan de praktijk kunnen snuffelen. Dat zou echt schitterend zijn en naar dat soort oplossingen zijn we dan ook op zoek.” Het plan staat nog in de kinderschoenen, maar Camp vertelt er al enthousiast over: “Een andere impuls is hierbij ook dat de techniek door de jaren heen een stuk schoner is geworden. Het krijgt een wat positiever imago en de techniek zelf is gecompliceerder dan vroeger en is daarmee voor veel mensen interessanter geworden. Daardoor krijg je wellicht toch meer mensen die in de techniek verder grootgebracht willen worden. Samen met de technische scholen kunnen de ondernemers hen dan een alternatief bieden.”

Toekomst

Volgens Camp is wellicht het typische aan veel Limburgse ondernemers dat ze over het algemeen best wat meer voor zichzelf op zouden mogen komen. “Nu is hier de opvatting vaak dat ‘de overheid dit en dat maar moet regelen’, maar ik denk dat we misschien vaker dingen zelf met elkaar moeten regelen. ‘Limburg is erg smal, dus sla vooral je vleugels uit en denk internationaal’ is mijn opvatting dan. Dat moeten we ook nog meer leren. Het voordeel van de ligging moet nog beter ontdekt worden. Het is toch fantastisch om zo’n buurland te hebben wanneer je het ook nog eens goed benut? Ik las bijvoorbeeld dat Duitsland voor honderd miljard euro aan machines heeft geëxporteerd, daar moeten voor ons dan toch kansen liggen? Daar moet gewoon meer mee gebeuren.” De toekomst voor Noord-Limburg als ondernemersregio ziet Camp positief in. “Noord-Limburg ontwikkelt zich iets beter dan Midden- en Zuid-Limburg, twee regio’s die nog meer gelaten acteren. Dat zit ‘m denk ik vooral in het feit dat we hier tegen Brabant aanliggen en ook de A73 heeft veel invloed hier. Bovendien hebben we hier met Venlo een sterke logistieke stad met uitstraling.” Ook ziet Camp het wel gebeuren dat meer bedrijven over de landsgrenzen gaan kijken: “Dat gaat wel meer gebeuren ja. De jaren van doemdenken – ‘alles gaat weg naar Azië waardoor we hier een beetje vergeten zijn te produceren’- zijn achter de rug en veel ondernemers gaan zich toch wat meer op andere landen richten. Dat raad ik de ondernemers ook aan. Kijk eerst nog eens goed naar wat er in de nabije omgeving allemaal mogelijk is alvorens naar Azië te gaan.”

Meer informatie over Numac is te

vinden op www.numac.nl

| juni 2006 | met: ger camp | Numac | interview |

Numac begon ruim twee decennia geleden in een klein werkplaatsje. Daaromheen vonden wat detacheringactiviteiten plaats, al stond detachering in die tijd nog in de kinderschoenen. “In het begin werkten we vooral regionaal, maar door de jaren heen hebben we ons als een olievlek verspreid”, vertelt Camp. “Inmiddels bestaat Numac uit zestien vestigingen in Nederland en nog eens twee in Duitsland en België en is er één in aanmaak in Tsjechië.” Eind jaren negentig werd besloten om de activiteiten te gaan splitsen. Camp: “We haalden de machinebouw eruit en hebben dat apart gezet. We besloten Numac voortaan te profileren als totaalaanbieder van het onderhoud. We doen onderhoud aan productielijnen, technisch onderhoud, werktuigkundig onderhoud en we doen dat eigenlijk altijd op locatie bij de klant.” Dat werk wordt gedaan door vakkundige monteurs die klanten tevens advies kunnen geven. “Bovendien hebben we software geschreven die klanten helpt met hun onderhoudsbeheer”, legt Camp uit. Het draait daarbij vooral om efficiency: hoe kunnen machines het best worden ingezet en hoe voorkom je problemen aan diezelfde machines? Repareren voordat het kapot is, dáár gaat het om bij Numac.

Noord-Limburg en Duitsland

Numac levert haar diensten in verschillende landen. “Maar in Nederland is het wel veel verder gevorderd dan in bijvoorbeeld Duitsland”, vertelt Camp. “Daar moeten ze echt nog wennen aan deze manier van werken. Ze zijn daar nog gewend het vooral allemaal zelf te doen. Dat zit nu eenmaal in de cultuur. Wat de baas zegt wordt zo snel mogelijk uitgevoerd. Ze zijn er nog een beetje behoudend in, maar die markt is wel aan het openbreken.” Een mooie uitdaging voor Numac dus. “Ik heb zelfs een cursus ‘Omgaan met Duitsers’ gevolgd en als je dat eenmaal allemaal door hebt dan is het prettig zakendoen in Duitsland”, zegt Camp. “We zitten hier precies naast Nordhein-Westfalen, een gebied dat even groot is als Nederland en zelfs meer inwoners telt. Als je het kunstje hier kunt doen, dan kun je het daar natuurlijk nog een keer herhalen.” Camp vindt sowieso dat er voor veel Noord-Limburgse ondernemers nog een wereld te winnen valt in Duitsland. “Er wordt denk ik nog te weinig gebruik van gemaakt. Als je van hieruit werk moet gaan doen naar de Randstad dan ben je heel veel tijd kwijt, dus lijkt het me logisch de zogenaamde ‘Euregio’ zo goed mogelijk te benutten. We hebben in Limburg een fantastisch gebied, met een mooie infrastructuur, weinig files en een gigantische markt. Als Limburger kun je dus fantastisch zakendoen. In de media wordt nogal eens gesproken over ‘het balkon van Europa’. Dit is een gebied waar elke randstedeling eigenlijk jaloers op zou moeten zijn. Je moet je alleen even interesseren in de Belgen en de Duitsers, maar dan gaat er ook een wereld voor je open. Soms wordt gezegd dat Duitsers in het zakendoen afstandelijk zijn, maar als je als Nederlander probeert daar met de juiste attitude naar toe te gaan dan wordt je met open armen ontvangen. Ik vind het dan ook een fantastisch volk, eerlijk waar.”

Afstandelijk

Het ondernemersklimaat in de regio Venray ervaart Camp als prettig. “Al is het wel zonde dat we veel industrie verliezen doordat bedrijven ervoor kiezen hun productie naar Oost-Europa of China te verleggen. Ik vind het ook zonde voor de jeugd die zegt ‘ik kies niet voor een Hbo-opleiding, maar wil beroepsgericht bezig zijn’. Ze krijgen hier minder mogelijkheden omdat er veel industrie vertrokken is. Vroeger hadden we bijvoorbeeld bij iedere MTS vier opleidingen MTS Werktuigbouwkunde. Nu krijg je met veel pijn en moeite één klas vol.” Camp vermoedt dat het iets is dat in heel Nederland wel enigszins speelt, maar wat zou er nu aan gedaan kunnen worden? “Werkgevers en werknemers zouden meer met elkaar moeten praten. Wat vinden we interessant? Ik vind het ook raar dat we in Nederland nog geen Minister van Industrie hebben. Je kunt wel zeggen dat Nederland een kennisland moet worden, maar als je niks hebt om die kennis op uit te proberen, wat dan?” Camp vindt sowieso dat de relatie tussen ondernemers en de overheden vaak wel wat beter zou kunnen, hoewel het lang niet slecht is volgens hem: “Het is soms nog wat afstandelijk en zou best wat warmer mogen. Misschien moeten we ons wat meer voor elkaar interesseren om vervolgens samen het tij te keren. Ik weet ook wel dat het als ondernemer interessant is om naar China te gaan en vreselijk veel geld te gaan verdienen, maar ook hier ligt nog een heel land te winnen denk ik dan.”

Bedrijfsschool

Om de industrie een impuls te geven wil Camp samen met enkele andere bedrijven een bedrijfsschool gaan opzetten. “Als Numac – en dat geldt ook voor de andere bedrijven – moet je oppassen dat je niet opnieuw het wiel uitvindt en daarom moet je hierin met elkaar samenwerken”, legt hij uit. “Bedrijfsscholen hebben natuurlijk veel ervaring, weten hoe ze zoiets moeten organiseren, hoe ze cursusboeken moeten maken en ze kunnen de juiste docenten aanstellen. Wij bieden daarbij dan stageplaatsen aan zodat de leerlingen ook alvast aan de praktijk kunnen snuffelen. Dat zou echt schitterend zijn en naar dat soort oplossingen zijn we dan ook op zoek.” Het plan staat nog in de kinderschoenen, maar Camp vertelt er al enthousiast over: “Een andere impuls is hierbij ook dat de techniek door de jaren heen een stuk schoner is geworden. Het krijgt een wat positiever imago en de techniek zelf is gecompliceerder dan vroeger en is daarmee voor veel mensen interessanter geworden. Daardoor krijg je wellicht toch meer mensen die in de techniek verder grootgebracht willen worden. Samen met de technische scholen kunnen de ondernemers hen dan een alternatief bieden.”

Toekomst

Volgens Camp is wellicht het typische aan veel Limburgse ondernemers dat ze over het algemeen best wat meer voor zichzelf op zouden mogen komen. “Nu is hier de opvatting vaak dat ‘de overheid dit en dat maar moet regelen’, maar ik denk dat we misschien vaker dingen zelf met elkaar moeten regelen. ‘Limburg is erg smal, dus sla vooral je vleugels uit en denk internationaal’ is mijn opvatting dan. Dat moeten we ook nog meer leren. Het voordeel van de ligging moet nog beter ontdekt worden. Het is toch fantastisch om zo’n buurland te hebben wanneer je het ook nog eens goed benut? Ik las bijvoorbeeld dat Duitsland voor honderd miljard euro aan machines heeft geëxporteerd, daar moeten voor ons dan toch kansen liggen? Daar moet gewoon meer mee gebeuren.” De toekomst voor Noord-Limburg als ondernemersregio ziet Camp positief in. “Noord-Limburg ontwikkelt zich iets beter dan Midden- en Zuid-Limburg, twee regio’s die nog meer gelaten acteren. Dat zit ‘m denk ik vooral in het feit dat we hier tegen Brabant aanliggen en ook de A73 heeft veel invloed hier. Bovendien hebben we hier met Venlo een sterke logistieke stad met uitstraling.” Ook ziet Camp het wel gebeuren dat meer bedrijven over de landsgrenzen gaan kijken: “Dat gaat wel meer gebeuren ja. De jaren van doemdenken – ‘alles gaat weg naar Azië waardoor we hier een beetje vergeten zijn te produceren’- zijn achter de rug en veel ondernemers gaan zich toch wat meer op andere landen richten. Dat raad ik de ondernemers ook aan. Kijk eerst nog eens goed naar wat er in de nabije omgeving allemaal mogelijk is alvorens naar Azië te gaan.”

Meer informatie over Numac is te

vinden op www.numac.nl

Ger Camp, foto: Lé Giesen

Venlo en Venray hoog in misdaadmeter

In de jaarlijkse landelijke Misdaadmeter (gepubliceerd door het Algemeen Dagblad) zijn Venlo en Venray flink gestegen. Venlo steeg van plek 36 naar plek 15 en Venray ging van 41 naar 18. Voornaamste reden daarbij is de enorme stijging van het aantal woninginbraken. Roermond staat op plaats vier in de lijst. De stijging is het gevolg van een toegenomen aantal woninginbraken (plus 47,5 procent), auto- en motordiefstallen, winkeldiefstallen en straatovervallen. Opvallend is dat van de drie veiligste gemeenten in Limburg er wel twee in deze regio liggen. Dat zijn namelijk Meerlo-Wanssum en Meijel.

NLW neemt deel aan project

Een kleine veertig werknemers van sociale werkplaats NLW Groep nemen deel aan een bijzonder project in Venray. Ze zijn aan het werk bij logistiek bedrijf ND. Daar worden ze begeleid door personeel van de NLW Groep zelf, dat bij ND een eigen ruimte heeft. De NLW Groep verwacht via de nieuwe werkwijze dit jaar nog eens zeventig tot tachtig moeilijk bemiddelbare mensen aan de slag te helpen. De werkplaats voert daarover onderhandelingen met grote werkgevers in Sevenum en Helden. Door ook de begeleiders bij de opdrachtgever te stationeren, neemt de sociale werkplaats de vrees weg dat opdrachtgevers zelf voor de begeleiding van de werknemers moeten zorgen. Het is het streven van de NLW Groep om éénderde van de 1200 werknemers buiten de werkplaats aan werk te helpen. De aantrekkende economie, waardoor extra banen ontstaan, komt de sociale werkplaats hierbij gelegen.

Venray krijgt subsidie van de Provincie

De gemeente Venray krijgt van de Provincie Limburg €10.000,- subsidie uit het Leefbaarheidsfonds. Deze subsidie gebruikt de gemeente voor aanpassingen aan het gemeenschapshuis De Linde in Oirlo. Het gemeenschapshuis in Oirlo moet voldoen aan de huidige eisen van brandveiligheid. Daarom moeten er diverse aanpassingen verricht worden aan het gemeenschapshuis. Daarnaast wordt de versleten inventaris vervangen, komt er een fietsenstalling en vindt achterstallig groot onderhoud plaats. De ingang van het gemeenschapshuis wordt toegankelijk gemaakt voor mensen met een beperking en in het gerenoveerde gebouw komt een pinautomaat. In de toekomst hoopt het bestuur van gemeenschapshuis De Linde er een eetpunt voor ouderen te realiseren. Gedeputeerde Vrehen zegt dat het gemeenschapshuis een cruciale rol vervult in het gemeenschapsleven van het dorp Oirlo, (ongeveer 1200 inwoners), zeker nadat in de loop van de jaren veel voorzieningen uit Oirlo zijn verdwenen. Om deze cruciale rol te blijven vervullen moeten er echter aanpassingen plaatsvinden. Vandaar dat de provincie besloten heeft een Leefbaarheidsfondssubsidie toe te kennen. Zodoende kan deze belangrijke voorziening die als waarborg voor de leefbaarheid dient in deze kleine kern, gehandhaafd blijven.

Provincie reserveert e15,4 miljoen voor ISV-projectgemeenten

Gedeputeerde Staten hebben in totaal € 15,4 miljoen gereserveerd voor projecten die bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid in de dorpen. Het geld is afkomstig uit de rijksregeling Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV), die de Provincie voor de projectgemeenten uitvoert. Het gaat hierbij om projecten die op meerdere doelen inspelen. Alle projecten sluiten aan bij het beleidsthema ‘Vitale kernen en buurten’. De gemeenten hebben hun projecten op het gebied van leefbaarheid en stedelijke vernieuwing voor de periode van 2005-2009 ingediend bij de Provincie. Aan de hand daarvan heeft de Provincie een selectie gemaakt van kansrijke projecten. Selectiecriteria hierbij zijn de inhoud van de projecten en de vraag of er sprake is van een financieel knelpunt. Het geld dat door de Provincie is gereserveerd (er is nog geen sprake van concrete toekenning) moet worden besteed aan fysieke maatregelen in de bestaande bebouwde omgeving. Te denken valt aan plannen voor senioren- en zorgwoningen, winkelvoorzieningen, brede scholen en zorgvoorzieningen. Maar ook kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte, verkeersveiligheid en bodem- en geluidssanering krijgen aandacht. In totaal komen er (inclusief reserveprojecten) 1350 woningen, waarvan ruim duizend nultredenwoningen, zeven brede scholen en elf multifunctionele accommodaties. In negen gemeenten worden zorgvoorzieningen gerealiseerd, in tien gemeenten het winkelaanbod versterkt en in acht gemeenten vervuilde bodem gesaneerd. Circa 180 woningen worden geïsoleerd tegen verkeerslawaai. Gedeputeerde Herman Vrehen: “Ten opzichte van de vorige periode van het stedelijk vernieuwingsbeleid willen we in deze periode een nog intensievere samenwerking met de gemeenten. Samen met gemeenten optrekken en ze assisteren bij de planoptimalisatie (zowel qua planinhoud, proces als financiële planopzet). Dit traject moet vervolgens leiden tot een definitief plan, waarin zowel de gemeente, betrokken marktpartijen en Provincie zich goed kunnen vinden. De definitieve hoogte van de subsidie baseren we op de uitgewerkte plannen.” Aan de ISV-programmagemeenten (Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Roermond, Venray en Weert) is verleden jaar al in totaal € 19,2 miljoen toegekend. De rechtstreekse gemeenten Heerlen, Maastricht, Sittard-Geleen en Venlo hebben van VROM een totaal bedrag van € 51,1 miljoen toegekend gekregen. Het betreft hier de ISV-component van het totale budget voor de stedelijke vernieuwing in de rechtstreekse gemeenten.

| business news | juni 2006 |