3 uur geleden
3 uur geleden
In 2025 stonden verduurzaming en energiezuinig ondernemen hoog op de agenda van veel kleine en middelgrote bedrijven in Nederland. Ondernemers kregen te maken met aanhoudend hoge energieprijzen, strengere regelgeving en toenemende verwachtingen van klanten en ketenpartners. Dat zorgde ervoor dat verduurzaming minder vrijblijvend werd. Ondanks economische onzekerheid zette een groot deel van het mkb concrete stappen om processen efficiënter en duurzamer in te richten.
Vooruitgang ondanks onzekerheid
Uit onderzoeken die in 2025 verschenen, bleek dat een ruime meerderheid van de mkb- en middelgrote bedrijven actief bezig was met verduurzaming. Volgens het ING Onderzoek Zakelijke Duurzaamheid 2025 gaf bijna twee derde van de ondernemers aan investeringen te hebben gedaan of deze op korte termijn te plannen. Opvallend daarbij was dat verduurzaming steeds vaker werd gezien als kostenbeheersing, niet alleen als duurzaamheidsdoel.
Ook vanuit Europa werd deze beweging ondersteund. De Europese Commissie kondigde in 2025 een grootschalig financieringsprogramma aan voor energie-efficiëntie, gericht op meer dan 350.000 bedrijven. De focus lag daarbij nadrukkelijk op bewezen en direct toepasbare technieken, zodat ook kleinere ondernemingen konden meedoen.
Wat bedrijven concreet deden
Op de werkvloer vertaalde verduurzaming zich vooral in praktische ingrepen. Veel mkb-bedrijven begonnen bij hun energieverbruik. Verouderde installaties werden vervangen door zuinigere varianten, machines werden beter afgesteld en productieprocessen aangepast om piekbelasting te verminderen. In logistieke omgevingen werd vaker gekeken naar een efficiëntere indeling van magazijnen, zodat minder energie nodig was voor verwarming, koeling en energiezuinige(re) verlichting.
Daarnaast investeerden bedrijven in beter inzicht. Slimme meters, energiebeheersystemen en sensoren maakten het mogelijk om verbruik per ruimte of proces te monitoren. Dat leverde vaak verrassende inzichten op, zoals onnodig draaiende installaties buiten werktijd of grote verschillen tussen afdelingen. Door daarop bij te sturen, konden bedrijven hun energieverbruik merkbaar terugdringen zonder grote verbouwingen.
Ook op het gebied van grondstoffen en afval werd stappen gezet. Productiebedrijven gingen kritischer kijken naar reststromen, hergebruik van materialen en efficiëntere inkoop. In sommige sectoren leidde dit tot aanpassingen in ontwerp of verpakking, waardoor minder materiaal nodig was en afvalkosten daalden.
Klimaatinvesteringen namen toe
Deze maatregelen sloten aan bij een bredere trend. In Nederland werd in 2023 bijna 41 miljard euro geïnvesteerd in klimaatgerelateerde maatregelen, een stijging van circa 80 procent ten opzichte van vier jaar eerder. Bedrijven waren verantwoordelijk voor ongeveer 64 procent van deze investeringen. In 2024 en 2025 zette deze ontwikkeling door, mede dankzij subsidies, fiscale regelingen en de wens om minder afhankelijk te zijn van volatiele energieprijzen.
Voor mkb’ers waren vooral investeringen aantrekkelijk die zich binnen enkele jaren terugverdienden. Duurzaamheid en financieel rendement kwamen daarmee dichter bij elkaar te liggen.
Niet zonder drempels
Tegelijkertijd bleef verduurzaming voor een deel van het mkb lastig. In 2025 investeerde ongeveer 64 procent van de Nederlandse bedrijven in verduurzamingsmaatregelen, iets minder dan het jaar ervoor. Vooral kleinere bedrijven gaven aan moeite te hebben met financiering en capaciteit. Daarnaast nam de administratieve druk toe door Europese regelgeving, zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive, waardoor ook mkb’ers indirect met rapportage-eisen te maken kregen.
Terugkijkend op 2025
Terugkijkend kan worden vastgesteld dat 2025 voor het mkb een jaar was waarin verduurzaming concreter en praktischer werd. Geen grootschalige transities bij iedereen, maar wel een breed gedragen beweging richting slimmer energiegebruik, efficiëntere processen en minder verspilling. De basis werd gelegd. De uitdaging voor de jaren daarna ligt in het vasthouden van dit tempo en het verder professionaliseren van duurzaam ondernemen.
Vooruitgang ondanks onzekerheid
Uit onderzoeken die in 2025 verschenen, bleek dat een ruime meerderheid van de mkb- en middelgrote bedrijven actief bezig was met verduurzaming. Volgens het ING Onderzoek Zakelijke Duurzaamheid 2025 gaf bijna twee derde van de ondernemers aan investeringen te hebben gedaan of deze op korte termijn te plannen. Opvallend daarbij was dat verduurzaming steeds vaker werd gezien als kostenbeheersing, niet alleen als duurzaamheidsdoel.
Ook vanuit Europa werd deze beweging ondersteund. De Europese Commissie kondigde in 2025 een grootschalig financieringsprogramma aan voor energie-efficiëntie, gericht op meer dan 350.000 bedrijven. De focus lag daarbij nadrukkelijk op bewezen en direct toepasbare technieken, zodat ook kleinere ondernemingen konden meedoen.
Wat bedrijven concreet deden
Op de werkvloer vertaalde verduurzaming zich vooral in praktische ingrepen. Veel mkb-bedrijven begonnen bij hun energieverbruik. Verouderde installaties werden vervangen door zuinigere varianten, machines werden beter afgesteld en productieprocessen aangepast om piekbelasting te verminderen. In logistieke omgevingen werd vaker gekeken naar een efficiëntere indeling van magazijnen, zodat minder energie nodig was voor verwarming, koeling en energiezuinige(re) verlichting.
Daarnaast investeerden bedrijven in beter inzicht. Slimme meters, energiebeheersystemen en sensoren maakten het mogelijk om verbruik per ruimte of proces te monitoren. Dat leverde vaak verrassende inzichten op, zoals onnodig draaiende installaties buiten werktijd of grote verschillen tussen afdelingen. Door daarop bij te sturen, konden bedrijven hun energieverbruik merkbaar terugdringen zonder grote verbouwingen.
Ook op het gebied van grondstoffen en afval werd stappen gezet. Productiebedrijven gingen kritischer kijken naar reststromen, hergebruik van materialen en efficiëntere inkoop. In sommige sectoren leidde dit tot aanpassingen in ontwerp of verpakking, waardoor minder materiaal nodig was en afvalkosten daalden.
Klimaatinvesteringen namen toe
Deze maatregelen sloten aan bij een bredere trend. In Nederland werd in 2023 bijna 41 miljard euro geïnvesteerd in klimaatgerelateerde maatregelen, een stijging van circa 80 procent ten opzichte van vier jaar eerder. Bedrijven waren verantwoordelijk voor ongeveer 64 procent van deze investeringen. In 2024 en 2025 zette deze ontwikkeling door, mede dankzij subsidies, fiscale regelingen en de wens om minder afhankelijk te zijn van volatiele energieprijzen.
Voor mkb’ers waren vooral investeringen aantrekkelijk die zich binnen enkele jaren terugverdienden. Duurzaamheid en financieel rendement kwamen daarmee dichter bij elkaar te liggen.
Niet zonder drempels
Tegelijkertijd bleef verduurzaming voor een deel van het mkb lastig. In 2025 investeerde ongeveer 64 procent van de Nederlandse bedrijven in verduurzamingsmaatregelen, iets minder dan het jaar ervoor. Vooral kleinere bedrijven gaven aan moeite te hebben met financiering en capaciteit. Daarnaast nam de administratieve druk toe door Europese regelgeving, zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive, waardoor ook mkb’ers indirect met rapportage-eisen te maken kregen.
Terugkijkend op 2025
Terugkijkend kan worden vastgesteld dat 2025 voor het mkb een jaar was waarin verduurzaming concreter en praktischer werd. Geen grootschalige transities bij iedereen, maar wel een breed gedragen beweging richting slimmer energiegebruik, efficiëntere processen en minder verspilling. De basis werd gelegd. De uitdaging voor de jaren daarna ligt in het vasthouden van dit tempo en het verder professionaliseren van duurzaam ondernemen.
Op de hoogte blijven van onze updates?




.gif)



.gif)
.gif)

