Venlo Business Special

Magazines | Noord-Limburg Business nr 6 2006

www.noordlimburgbusiness.nl

venlo business

special

Zakenmagazine voor ondernemers en bestuurders in Noord Limburg

Een complete stad

Gezond en kansrijk, zo omschrijft wethouder Mark Verheijen de stadsregio Venlo. Om die betiteling ook op de lange termijn te kunnen behouden, moet Venlo die kansen ten volle benutten. En dat gebeurt ook, op allerlei gebieden.

| | noord limburg | BUSINESS|

| interview | Gemeente Venlo | met: mark verheijen | december 2006 |

“Als ik kijk naar de economische potenties, maar ook naar de ontwikkelingen van dit moment denk ik dat we een duidelijke strategie hebben, een goed verhaal, en ook aan de vooravond staan van een enorme versterking van onze lokale economie.” Aldus Mark Verheijen, wethouder Economische Zaken van Venlo.

Stadsvisie

Uit die volzin van de wethouder blijkt een rotsvast vertrouwen in de toekomst. Die toekomst op de lange termijn is bepaald in de Visie 2030, maar Verheijen doelt met zijn opmerking meer op de stadsvisie, de ontwikkeling van de economie de komende jaren, decennia. “Er zijn enkele ontwikkelingen in Nederland, en in heel West-Europa, zoals het outsourcen van arbeid naar lagelonenlanden, het streven naar verduurzaming. Hoe kun je nu ook duurzame economische groei bereiken zonder heel erg afhankelijk te zijn van de conjunctuur? Wij denken dat we op deze vragen een goed antwoord hebben in deze regio, en kunnen gaan bouwen voor de komende jaren. We hebben hier een sterke economie die niet erg afhankelijk is van de conjunctuur en die ook een heel goede positie heeft in de globale ontwikkelingen.”

Duidelijk verhaal

Die sterke positie kon en kan alleen worden bereikt met steun uit een groter verband: Maastricht (provincie), Den Haag (Rijk) en Brussel (EG). Belangrijk daarbij is dat je als college van B & W een duidelijk verhaal hebt. Verheijen: “Venlo is in de Rijksnota’s gekomen. We staan in de nota Pieken in de Delta, de economische perspectievennota van het vorige Kabinet. Daarin staan we uitdrukkelijk genoemd als onderdeel van de top-technologische gebieden in Zuid-Oost Nederland. Ten tweede staan we in de Nota Ruimte heel uitdrukkelijk genoemd als Greenport. Dat is één van de vijf gebieden in Nederland waar de agri-business en de agri-logistiek geclusterd kunnen worden, kansen krijgen en versterkt kunnen worden. En in de Nota Mobiliteit staan we ook heel nadrukkelijk gepositioneerd, en dat is heel belangrijk voor Venlo als logistiek centrum. We zijn het derde logistieke centrum van Nederland, en het is onze ambitie om in dat rijtje Rotterdam-Schiphol-Venlo te blijven.

Maar als je in die Nota’s genoemd staat, dan begint het pas. Maar je ziet wel dat er dan de financiële middelen voor komen, onder meer uit Brussel. Het is belangrijk dat je ook die naar de stad haalt om die duurzame ontwikkeling, de nieuwe kennisontwikkelingen te kunnen faciliteren.”

Clusters

Verheijen noemt enkele voorbeelden van die kennisontwikkeling: “Het kenniscluster rondom Océ, en het project in duurzame energie rondom Scheuten Glasgroep. We willen als overheid graag helpen die ontwikkeling op gang te brengen, die focus te krijgen. Het is de bedoeling dat er een aantal bedrijven geclusterd wordt rondom één groot bedrijf. De gedachte erachter is dat anderen worden gestimuleerd om mee te gaan met die innovaties, om zich misschien ook fysiek rond dat bedrijf te vestigen. Zie de High-Tech campus rond Philips in Eindhoven. Daarmee zorg je er ook voor dat bedrijven minder footloose worden. Ze zijn geworteld, hebben elkaars kennis nodig in open innovation. Als je daar als overheid facilitair in bent, en ook meedenkt, heb je een erg sterk kennisplatform, en daarmee een krachtige werkgelegenheidsmotor.”

Dicht bij de consument

Naast de logistiek noemt de wethouder nog twee speerpunten van de regio: de agri-business en de maakindustrie. “Die laatste,” zo gaat Verheijen verder, “is nog steeds een belangrijke factor, al zegt men dat de maakindustrie uit Nederland verdwijnt. Ik denk dat je het anders moet zien. Je moet kijken: wat kun je beter elders doen, en wat kun je beter hier doen. Op dit moment is de maakindustrie nog steeds een heel belangrijke speler in deze regio.

Bepaalde zaken kun je gewoon niet outsourcen. De logistiek moet hier gebeuren, die kun je niet naar India of China uitbesteden. Veel producten kun je wel in India maken, maar de eindfabricage, de assemblage, die zal dicht bij de consument moeten plaatsvinden. Die assemblage wordt steeds belangrijker, de mensen willen meer en meer custom-made producten. De massaproductie vindt dan plaats in lagelonenlanden, de eindassemblage of het combineren van producten gebeurt hier. Dat heet dan Value Added Logistics. En dat houdt de regio sterk. Dus ook met dat outsourcen van de productie behoudt de regio zijn functie dankzij de logistiek en alles wat daar omheen zit. Punt van die duurzame economische ontwikkeling is inderdaad dat je niet alleen nu voldoende arbeidsplaatsen hebt, krachtig bent, maar dat je ook kunt groeien en kunt inspelen op de globalisering die de komende jaren gaat plaatsvinden.”

Greenport

Verheijen gaat verder: “De agri-business is van oudsher heel sterk in deze regio, we hebben een enorm areaal. Na het Westland zijn we het tweede tuinbouwgebied van Nederland, en het tweede logistieke gebied van het land. Het concept van Greenport is er op gericht om die tuinbouw goed te combineren met de logistiek. Want alle verse producten moeten zo snel mogelijk en zo efficiënt mogelijk naar de consument komen. En dan zitten we met Venlo heel strategisch en centraal. Binnen één uur bereiken we 18 miljoen consumenten. Er zijn weinig regio’s die dat kunnen zeggen. Er zit enorm veel innovatie, zowel in de tuinbouw zelf als in de voedseltechnologie. We werken samen met Wageningen, maar ook met de voedselcluster rondom Helmond, en de Universiteit van Maastricht. We hebben hier de veilingen Flora Holland voor bloemen en planten, en Zon voor groente en fruit. Daar zie je echt enorm veel innovatie plaatsvinden, in hoe je de producten teelt, vermarkt en verpakt.”

Faciliteiten

De wethouder maakt duidelijk dat alle drie speerpunten nauw met elkaar verbonden zijn. Venlo heeft daar bij enkele grote voordelen, zoals de ligging. Dankzij die ligging heeft Venlo de faciliteiten voor diverse manieren van vervoer: “We zijn uitstekend bereikbaar via spoor, weg en water. Maar ook daar werken we actief aan verbeteringen. We zijn bezig met de A74, en we hebben nog plannen voor bijvoorbeeld een rechtstreekse spoorverbinding naar Duisburg. Dat alles om de bereikbaarheid nog beter te maken. Voor wat betreft de binnenstad hebben we nog veel uitdagingen, maar ook daar hebben we plannen voor klaarliggen. Zo hebben we onlangs met de Raad vastgesteld dat een verbetering van de rotonde hier de hoogste prioriteit heeft. Daar is structureel al geld voor vrijgemaakt. Want je moet niet alleen van buiten goed bereikbaar zijn, ook binnen moet de doorstroming goed zijn, en de distributie naar de binnenstad goed verlopen. Dat is ook van groot belang voor de binnenstadeconomie.”

Taken

Alles grijpt dus in elkaar, legt Verheijen uit: “Als overheid heb je een aantal taken. Je kunt je niet volledig focussen op één tak, je moet alles in beschouwing nemen. Van de andere kant moet je een duidelijke visie hebben waar je op wilt insteken, bijvoorbeeld op innovatie. Uiteindelijk zal het toch ook rendabel moeten zijn voor bedrijven om daarin te investeren. Zowel voor de grote bedrijven als de kleinere MKB-bedrijven. Wij moeten de randvoorwaarden creëren, zorgen dat er wegen liggen, dat vergunningen snel geregeld worden enzovoort. Daarom hebben we ook heel veel contacten met het bedrijfsleven, en met de Kamer van Koophandel.

Onze insteek is ook: als een ondernemer zich hier wil vestigen, gaan we kijken wat er mogelijk is, niet wat de problemen zijn. Dat zit hier in de cultuur, in de organisatie. Dat is onze basis; dat willen we uitstralen, en daar geven we ruimte voor.”

Aansluiting

De wethouder wijst er op dat ook het onderwijs een belangrijke rol speelt. “Voor de werkgelegenheid in de regio is het belangrijk dat we onderwijs op alle niveaus bieden, omdat arbeidskrachten op alle niveaus nodig zijn. We proberen ook veel te investeren in wat we noemen de doorlopende leerlijn. Van vmbo tot hbo, dat er goede aansluitingen zijn op het bedrijfsleven. Dus dat niet alleen de opleidingen samenwerken, dat er een bepaalde doorstroming kan ontstaan, maar ook dat er de aansluiting is met het bedrijfsleven. Zo is Fontys Hogeschool een mooi voorbeeld van die koppeling van opleidingen en bedrijfsleven: je geeft de opleidingen op de plaats waar het bedrijfsleven de mensen nodig heeft, waar de praktijk zich afspeelt. Zo kunnen de nieuwste ontwikkelingen al in een heel vroeg stadium worden gesignaleerd en direct worden meegenomen in de opleiding. En zo worden ook de bedrijven weer gestimuleerd. Wat we nog missen is die lijn doortrekken van hbo naar universiteit. Die link is er nog onvoldoende. In dat kader zijn we druk bezig enkele masters-opleidingen hier naartoe te halen. Ik durf nu al te zeggen dat dit gaat lukken.”

Pijlers

Gevraagd naar belangrijke projecten die al lopen noemt de wethouder als eerste de Floriade wereld tuinbouw tentoonstelling. “Die vindt in 2012 plaats, en we hebben er hard voor gevochten om die hier naartoe te krijgen. De tentoonstelling is de komende jaren ook één van de pijlers van de regionale ontwikkelingen waar we ons sterk voor willen maken. Het gaat niet om die zes maanden dat er straks een tentoonstelling is, de Floriade is nu al begonnen, met het aantrekken van gerelateerde bedrijven. We zijn nu al bezig te bedenken welke innovaties er mogelijk zijn en hoe we ondernemers kunnen laten samenwerken.”

Een tweede groot project is het Experience Park. Op het ogenblik wordt door projectontwikkelaar Bouwfonds MAB Ontwikkeling de haalbaarheid onderzocht voor het creëren van een mega-vrijetijdscentrum met winkels, horeca, sport- en hotelfaciliteiten. “Voor de gemeente Venlo,” zo vertelt Verheijen, “is het belangrijk dat het niet teveel een concurrent wordt van de ondernemers in de binnenstad. Maar dat zo’n initiatief naar deze regio kijkt of er mogelijkheden zijn, vertelt ons dat we goed bezig zijn.”

Uitdagingen

“Daarnaast is het heel belangrijk dat je Venlo ook op het netvlies zet van de high-potentials als stad waar je niet alleen kunt werken en je vrijetijd kunt doorbrengen, maar ook waar je goed kunt wonen. Natuurlijk is het ook belangrijk om de jonge mensen die hier al wonen, vast te kunnen houden. Daarvoor moet je een complete stad zijn. Daar hebben we nog enkele uitdagingen liggen, wat aandachtspunten voor de toekomst. Onder meer goede culturele voorzieningen, een prettig leefklimaat. Verder is het hier redelijk veilig, en hebben we een groene omgeving. En natuurlijk moet er een huis staan waar die mensen in kunnen wonen. We hebben nog een mooie uitdaging liggen om de woningmarkt hier zo in te richten dat de mensen hier zelf een huis kunnen bouwen, of dat ze kunnen kiezen uit een voldoende woningenpotentieel. We moeten de mensen kunnen verleiden om hier te komen wonen. Op dit ogenblik zijn we misschien nog wat te onbekend, maar we willen ons duidelijk profileren als regio met goede economische ontwikkelingen, een goed leefklimaat en een heel breed aanbod aan opleidingen. Kortom: een heel complete stadsregio.”

Bij zo’n complete stad hoort ook een aantrekkelijk visitekaartje. Dat wordt in Venlo gevormd door de Maaskade en de binnenstad. Wethouder Verheijen: “Je ziet dat bedrijven een aantrekkelijk stadscentrum vaak als belangrijk ervaren. Zij vestigen zich graag in een stad waar het prettig toeven is. We hebben hier al heel veel, maar de komende jaren krijgt dat nog een sterke impuls. Bijvoorbeeld met de aanleg van de parkeergarage, en de upgrading van de Maasboulevard. Dat laatste is een heel belangrijke, dat de stad ook vanaf de Maas weer een smoel krijgt. En we doen heel veel voor de werkgelegenheid in de binnenstad, want ook de detailhandel krijgt aandacht. We kijken dus niet alleen naar die grote industrieterreinen, ook de detailhandel en het MKB krijgen onze aandacht en willen we meenemen in die stimuleringsgolf.”

Meer informatie en projecten via

www.venlo.nl

| december 2006 | met: mark verheijen | Gemeente Venlo | interview |

“Als ik kijk naar de economische potenties, maar ook naar de ontwikkelingen van dit moment denk ik dat we een duidelijke strategie hebben, een goed verhaal, en ook aan de vooravond staan van een enorme versterking van onze lokale economie.” Aldus Mark Verheijen, wethouder Economische Zaken van Venlo.

Stadsvisie

Uit die volzin van de wethouder blijkt een rotsvast vertrouwen in de toekomst. Die toekomst op de lange termijn is bepaald in de Visie 2030, maar Verheijen doelt met zijn opmerking meer op de stadsvisie, de ontwikkeling van de economie de komende jaren, decennia. “Er zijn enkele ontwikkelingen in Nederland, en in heel West-Europa, zoals het outsourcen van arbeid naar lagelonenlanden, het streven naar verduurzaming. Hoe kun je nu ook duurzame economische groei bereiken zonder heel erg afhankelijk te zijn van de conjunctuur? Wij denken dat we op deze vragen een goed antwoord hebben in deze regio, en kunnen gaan bouwen voor de komende jaren. We hebben hier een sterke economie die niet erg afhankelijk is van de conjunctuur en die ook een heel goede positie heeft in de globale ontwikkelingen.”

Duidelijk verhaal

Die sterke positie kon en kan alleen worden bereikt met steun uit een groter verband: Maastricht (provincie), Den Haag (Rijk) en Brussel (EG). Belangrijk daarbij is dat je als college van B & W een duidelijk verhaal hebt. Verheijen: “Venlo is in de Rijksnota’s gekomen. We staan in de nota Pieken in de Delta, de economische perspectievennota van het vorige Kabinet. Daarin staan we uitdrukkelijk genoemd als onderdeel van de top-technologische gebieden in Zuid-Oost Nederland. Ten tweede staan we in de Nota Ruimte heel uitdrukkelijk genoemd als Greenport. Dat is één van de vijf gebieden in Nederland waar de agri-business en de agri-logistiek geclusterd kunnen worden, kansen krijgen en versterkt kunnen worden. En in de Nota Mobiliteit staan we ook heel nadrukkelijk gepositioneerd, en dat is heel belangrijk voor Venlo als logistiek centrum. We zijn het derde logistieke centrum van Nederland, en het is onze ambitie om in dat rijtje Rotterdam-Schiphol-Venlo te blijven.

Maar als je in die Nota’s genoemd staat, dan begint het pas. Maar je ziet wel dat er dan de financiële middelen voor komen, onder meer uit Brussel. Het is belangrijk dat je ook die naar de stad haalt om die duurzame ontwikkeling, de nieuwe kennisontwikkelingen te kunnen faciliteren.”

Clusters

Verheijen noemt enkele voorbeelden van die kennisontwikkeling: “Het kenniscluster rondom Océ, en het project in duurzame energie rondom Scheuten Glasgroep. We willen als overheid graag helpen die ontwikkeling op gang te brengen, die focus te krijgen. Het is de bedoeling dat er een aantal bedrijven geclusterd wordt rondom één groot bedrijf. De gedachte erachter is dat anderen worden gestimuleerd om mee te gaan met die innovaties, om zich misschien ook fysiek rond dat bedrijf te vestigen. Zie de High-Tech campus rond Philips in Eindhoven. Daarmee zorg je er ook voor dat bedrijven minder footloose worden. Ze zijn geworteld, hebben elkaars kennis nodig in open innovation. Als je daar als overheid facilitair in bent, en ook meedenkt, heb je een erg sterk kennisplatform, en daarmee een krachtige werkgelegenheidsmotor.”

Dicht bij de consument

Naast de logistiek noemt de wethouder nog twee speerpunten van de regio: de agri-business en de maakindustrie. “Die laatste,” zo gaat Verheijen verder, “is nog steeds een belangrijke factor, al zegt men dat de maakindustrie uit Nederland verdwijnt. Ik denk dat je het anders moet zien. Je moet kijken: wat kun je beter elders doen, en wat kun je beter hier doen. Op dit moment is de maakindustrie nog steeds een heel belangrijke speler in deze regio.

Bepaalde zaken kun je gewoon niet outsourcen. De logistiek moet hier gebeuren, die kun je niet naar India of China uitbesteden. Veel producten kun je wel in India maken, maar de eindfabricage, de assemblage, die zal dicht bij de consument moeten plaatsvinden. Die assemblage wordt steeds belangrijker, de mensen willen meer en meer custom-made producten. De massaproductie vindt dan plaats in lagelonenlanden, de eindassemblage of het combineren van producten gebeurt hier. Dat heet dan Value Added Logistics. En dat houdt de regio sterk. Dus ook met dat outsourcen van de productie behoudt de regio zijn functie dankzij de logistiek en alles wat daar omheen zit. Punt van die duurzame economische ontwikkeling is inderdaad dat je niet alleen nu voldoende arbeidsplaatsen hebt, krachtig bent, maar dat je ook kunt groeien en kunt inspelen op de globalisering die de komende jaren gaat plaatsvinden.”

Greenport

Verheijen gaat verder: “De agri-business is van oudsher heel sterk in deze regio, we hebben een enorm areaal. Na het Westland zijn we het tweede tuinbouwgebied van Nederland, en het tweede logistieke gebied van het land. Het concept van Greenport is er op gericht om die tuinbouw goed te combineren met de logistiek. Want alle verse producten moeten zo snel mogelijk en zo efficiënt mogelijk naar de consument komen. En dan zitten we met Venlo heel strategisch en centraal. Binnen één uur bereiken we 18 miljoen consumenten. Er zijn weinig regio’s die dat kunnen zeggen. Er zit enorm veel innovatie, zowel in de tuinbouw zelf als in de voedseltechnologie. We werken samen met Wageningen, maar ook met de voedselcluster rondom Helmond, en de Universiteit van Maastricht. We hebben hier de veilingen Flora Holland voor bloemen en planten, en Zon voor groente en fruit. Daar zie je echt enorm veel innovatie plaatsvinden, in hoe je de producten teelt, vermarkt en verpakt.”

Faciliteiten

De wethouder maakt duidelijk dat alle drie speerpunten nauw met elkaar verbonden zijn. Venlo heeft daar bij enkele grote voordelen, zoals de ligging. Dankzij die ligging heeft Venlo de faciliteiten voor diverse manieren van vervoer: “We zijn uitstekend bereikbaar via spoor, weg en water. Maar ook daar werken we actief aan verbeteringen. We zijn bezig met de A74, en we hebben nog plannen voor bijvoorbeeld een rechtstreekse spoorverbinding naar Duisburg. Dat alles om de bereikbaarheid nog beter te maken. Voor wat betreft de binnenstad hebben we nog veel uitdagingen, maar ook daar hebben we plannen voor klaarliggen. Zo hebben we onlangs met de Raad vastgesteld dat een verbetering van de rotonde hier de hoogste prioriteit heeft. Daar is structureel al geld voor vrijgemaakt. Want je moet niet alleen van buiten goed bereikbaar zijn, ook binnen moet de doorstroming goed zijn, en de distributie naar de binnenstad goed verlopen. Dat is ook van groot belang voor de binnenstadeconomie.”

Taken

Alles grijpt dus in elkaar, legt Verheijen uit: “Als overheid heb je een aantal taken. Je kunt je niet volledig focussen op één tak, je moet alles in beschouwing nemen. Van de andere kant moet je een duidelijke visie hebben waar je op wilt insteken, bijvoorbeeld op innovatie. Uiteindelijk zal het toch ook rendabel moeten zijn voor bedrijven om daarin te investeren. Zowel voor de grote bedrijven als de kleinere MKB-bedrijven. Wij moeten de randvoorwaarden creëren, zorgen dat er wegen liggen, dat vergunningen snel geregeld worden enzovoort. Daarom hebben we ook heel veel contacten met het bedrijfsleven, en met de Kamer van Koophandel.

Onze insteek is ook: als een ondernemer zich hier wil vestigen, gaan we kijken wat er mogelijk is, niet wat de problemen zijn. Dat zit hier in de cultuur, in de organisatie. Dat is onze basis; dat willen we uitstralen, en daar geven we ruimte voor.”

Aansluiting

De wethouder wijst er op dat ook het onderwijs een belangrijke rol speelt. “Voor de werkgelegenheid in de regio is het belangrijk dat we onderwijs op alle niveaus bieden, omdat arbeidskrachten op alle niveaus nodig zijn. We proberen ook veel te investeren in wat we noemen de doorlopende leerlijn. Van vmbo tot hbo, dat er goede aansluitingen zijn op het bedrijfsleven. Dus dat niet alleen de opleidingen samenwerken, dat er een bepaalde doorstroming kan ontstaan, maar ook dat er de aansluiting is met het bedrijfsleven. Zo is Fontys Hogeschool een mooi voorbeeld van die koppeling van opleidingen en bedrijfsleven: je geeft de opleidingen op de plaats waar het bedrijfsleven de mensen nodig heeft, waar de praktijk zich afspeelt. Zo kunnen de nieuwste ontwikkelingen al in een heel vroeg stadium worden gesignaleerd en direct worden meegenomen in de opleiding. En zo worden ook de bedrijven weer gestimuleerd. Wat we nog missen is die lijn doortrekken van hbo naar universiteit. Die link is er nog onvoldoende. In dat kader zijn we druk bezig enkele masters-opleidingen hier naartoe te halen. Ik durf nu al te zeggen dat dit gaat lukken.”

Pijlers

Gevraagd naar belangrijke projecten die al lopen noemt de wethouder als eerste de Floriade wereld tuinbouw tentoonstelling. “Die vindt in 2012 plaats, en we hebben er hard voor gevochten om die hier naartoe te krijgen. De tentoonstelling is de komende jaren ook één van de pijlers van de regionale ontwikkelingen waar we ons sterk voor willen maken. Het gaat niet om die zes maanden dat er straks een tentoonstelling is, de Floriade is nu al begonnen, met het aantrekken van gerelateerde bedrijven. We zijn nu al bezig te bedenken welke innovaties er mogelijk zijn en hoe we ondernemers kunnen laten samenwerken.”

Een tweede groot project is het Experience Park. Op het ogenblik wordt door projectontwikkelaar Bouwfonds MAB Ontwikkeling de haalbaarheid onderzocht voor het creëren van een mega-vrijetijdscentrum met winkels, horeca, sport- en hotelfaciliteiten. “Voor de gemeente Venlo,” zo vertelt Verheijen, “is het belangrijk dat het niet teveel een concurrent wordt van de ondernemers in de binnenstad. Maar dat zo’n initiatief naar deze regio kijkt of er mogelijkheden zijn, vertelt ons dat we goed bezig zijn.”

Uitdagingen

“Daarnaast is het heel belangrijk dat je Venlo ook op het netvlies zet van de high-potentials als stad waar je niet alleen kunt werken en je vrijetijd kunt doorbrengen, maar ook waar je goed kunt wonen. Natuurlijk is het ook belangrijk om de jonge mensen die hier al wonen, vast te kunnen houden. Daarvoor moet je een complete stad zijn. Daar hebben we nog enkele uitdagingen liggen, wat aandachtspunten voor de toekomst. Onder meer goede culturele voorzieningen, een prettig leefklimaat. Verder is het hier redelijk veilig, en hebben we een groene omgeving. En natuurlijk moet er een huis staan waar die mensen in kunnen wonen. We hebben nog een mooie uitdaging liggen om de woningmarkt hier zo in te richten dat de mensen hier zelf een huis kunnen bouwen, of dat ze kunnen kiezen uit een voldoende woningenpotentieel. We moeten de mensen kunnen verleiden om hier te komen wonen. Op dit ogenblik zijn we misschien nog wat te onbekend, maar we willen ons duidelijk profileren als regio met goede economische ontwikkelingen, een goed leefklimaat en een heel breed aanbod aan opleidingen. Kortom: een heel complete stadsregio.”

Bij zo’n complete stad hoort ook een aantrekkelijk visitekaartje. Dat wordt in Venlo gevormd door de Maaskade en de binnenstad. Wethouder Verheijen: “Je ziet dat bedrijven een aantrekkelijk stadscentrum vaak als belangrijk ervaren. Zij vestigen zich graag in een stad waar het prettig toeven is. We hebben hier al heel veel, maar de komende jaren krijgt dat nog een sterke impuls. Bijvoorbeeld met de aanleg van de parkeergarage, en de upgrading van de Maasboulevard. Dat laatste is een heel belangrijke, dat de stad ook vanaf de Maas weer een smoel krijgt. En we doen heel veel voor de werkgelegenheid in de binnenstad, want ook de detailhandel krijgt aandacht. We kijken dus niet alleen naar die grote industrieterreinen, ook de detailhandel en het MKB krijgen onze aandacht en willen we meenemen in die stimuleringsgolf.”

Meer informatie en projecten via

www.venlo.nl

| BUSINESS | noord limburg | |

| | noord limburg | BUSINESS|

| interview | Gemeente Venlo | met: mark verheijen | december 2006 |

| december 2006 | met: mark verheijen | Gemeente Venlo | interview |

| BUSINESS | noord limburg | |

delen:
Algemene voorwaarden