Coverstory: Meer beveiliging voor minder geld

Magazines | Noord-Limburg Business nr 4 2014

Meer veiligheid voor minder geld

Beveiliging schuift op van facilitair naar publiek 

Aan het woord is Tjibbe Joustra, voorzitter van Onderzoeksraad voor Veiligheid. “Met de kansen in het publieke domein klinkt de roep om innovatie,” zegt hij. “Informatie-uitwisseling tussen uniformen is belangrijk om op te pakken en verder te verbeteren. Ik zie het als de taak van de sector om hierin het voortouw te nemen.”

Criminaliteit daalt

Bert den Hartog, binnen Securitas verantwoordelijk voor Business Development & Technology neemt die handschoen graag op: “Een goed voorbeeld van dergelijke publiek-private samenwerking is de gezamenlijke controlekamer waar politie en beveiligers samenwerken. In deze zogenaamde Regionale Toezicht Ruimte (RTR) observeren beveiligers én politie camerabeelden van bijvoorbeeld bedrijventerreinen, winkelgebieden, parkeerplaatsen en uitgaanscentra. Bij het interpreteren van die beeldinformatie maken we gebruik van moderne analysetechnologie.” Als gevolg hiervan gaat tussen de publieke en private partners steeds minder informatie onnodig verloren. “De reactietijd is veel korter en iedereen kan vanuit de eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden effectief handelen. In zowel het publieke als het private domein is sprake van een daling van de criminaliteit. Het is echt veiliger geworden.”

Drie O’s

De resultaten van de samenwerking liegen er niet om. Binnen drie jaar tijd is sprake van een daling van de criminaliteit met zo’n 80%. Doet goed voorbeeld goed volgen? “In de praktijk blijkt dat het niet eenvoudig is om alle ketenpartners op één lijn te krijgen,” weet Den Hartog. “De RTR kent dan ook een lange voorgeschiedenis. In 2003 startte de politie een onderzoek met als doel het aantal nodeloze alarmeringen terug te dringen. Daarbij waren de drie O’s betrokken: ondernemers, onderwijs en overheid. Dat heeft vervolgens geleid tot de oprichting van de stichting CrimiNee! Met name het delen van informatie tussen publieke en private partijen ligt gevoelig. Wat wel en niet mag, is allemaal juridisch getoetst. Dat kostte tijd.”

Onconventioneel

” Ja dus. Dat heeft geresulteerd in het convenant Particuliere Beveiliging. “Gedurende het eerste convenant stuurden we ook op de inhoudelijke inzet van de uren,” meldt de burgemeester. “Dat deel van het werk heeft de politie bij de recente ondertekening van het tweede convenant overgenomen.

We voeren nu alleen nog de regie over

de inkoop. De beveiligingsuren worden flexibel en informatiegestuurd ingezet. Neem surveillance rond sluitingstijden van winkels in de winterperiode. Dat tijdslot creëert een verhoogde kans op overvallen, dus zetten we daar extra beveiliging voor in. We sturen dus directer op veiligheid en daarmee op resultaat.”

Protocollaire angst

Hoe logisch de samenwerking tussen politie, gemeente en beveiligingsbedrijf ook klinkt, volgens Roest is er een ware zoektocht aan voorafgegaan. “De gesprekken met politie en justitie waren intensief; argwaan en twijfel moesten overwonnen worden. Voor de politie was het echt wennen om informatie te delen. Zowel bij de top als op de werkvloer was sprake van protocollaire angst. Het gaat immers om vertrouwelijke gegevens die vanuit de meldkamer naar beveiligers wordt doorgesluisd. Informatie die niet ʻop straatʼ mag komen te liggen.”

Ook het regelen van een directe inbellijn voor het beveiligingsbedrijf bij de meldkamer was een struggle. Niet onbegrijpelijk, volgens Roest. “Als politie zet je letterlijk de lijn open naar jouw werkproces. Het heeft dus alles te maken met vertrouwen. Allereerst in de top. De volgende uitdaging is om te werken aan begrip bij de mensen op de werkvloer.” Volgens Roest is de opstelling van het beveiligingsbedrijf daarbij cruciaal geweest. “Dealen met de overheid is anders dan met het bedrijfsleven. Vastberadenheid, geduld en tact zijn belangrijke voorwaarden om in die driehoek te kunnen opereren.”

Opschalen

Het convenant in Laren heeft geleid tot een regionaal informatieprotocol. Dit fungeert als richtsnoer voor het delen en verwerken van informatie. “Een mooie winst van twee jaar samenwerken. Het convenant biedt ons als gemeente de mogelijkheid direct te sturen op veiligheid. Meer blauw op straat lijkt een achterhaald concept. Relevanter is informatiegestuurd samenwerken. Dat heeft de toekomst. Dat moet in Den Haag nog meer doordringen.” Ook andere gemeenten in de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek hebben interesse getoond. Roest raadt het zijn collega’s aan. “De komst van de Nationale Politie onderstreept de noodzaak om op te schalen.”

Politietaken overnemen

Volgens Ronald van Steden, universitair docent Bestuurskunde aan de Vrije Universiteit, kun je je inderdaad afvragen wat de centralisering en de vorming van de nationale politie betekenen op lokaal niveau. “De tendens is dat de basispolitiezorg minder wordt in buurten, in wijken en op treinstations. Aan andere kant is er de professionalisering van de beveiligingsbranche waardoor gaten kunnen worden opgevuld. Minder politieblauw, meer ‘lichtblauw’ op straat door straatcoaches, buitengewoon opsporingsambtenaren en beveiligers. De volgende stap kan zijn dat beveiligers politietaken gaan overnemen. Dit is een belangrijke discussie want veiligheid is kerntaak van de staat. Het is de vraag of de politie welwillend genoeg is om de samenwerking met beveiligers aan te gaan. Bovendien beschikt een beveiliger momenteel over weinig juridische middelen, terwijl veel van hem of haar wordt gevraagd.”

Kwestie van tijd

Op overheidsniveau is nog geen eenduidige richtlijn voor samenwerkingsvormen tussen publieke en private partijen. Volgens Den Hartog is dat een kwestie van tijd. “Steeds vaker kruipen ketenpartners – financieel gedwongen – bij elkaar om de mogelijkheden te onderzoeken. Begrijpelijk, want wie wil er nu niet meer veiligheid voor minder geld? Ondersteund door techniek kunnen mensen veel slimmer en effectiever worden ingezet. Dat is de toekomst. Je hebt dan wel partijen nodig die over hun eigen grenzen heen kunnen kijken.”

Traditioneel gezien staat beveiliging bekend als facilitaire dienstverlening, naast catering en schoonmaak. “De branche is echter steeds zichtbaarder in het (semi)publieke domein. Natuurlijk is het aan de overheid om pal te staan voor een veilige samenleving, maar de beveiliging vindt juist op dit terrein meer emplooi. Daarom schuift zij op van facilitair naar publiek actief.”

Ketenpartners kruipen steeds vaker bij elkaar

Politie en beveiligers bekijken samen camerabeelden in een Regionale Toezicht Ruimte

Aan het woord is Tjibbe Joustra, voorzitter van Onderzoeksraad voor Veiligheid. “Met de kansen in het publieke domein klinkt de roep om innovatie,” zegt hij. “Informatie-uitwisseling tussen uniformen is belangrijk om op te pakken en verder te verbeteren. Ik zie het als de taak van de sector om hierin het voortouw te nemen.”

Criminaliteit daalt

Bert den Hartog, binnen Securitas verantwoordelijk voor Business Development & Technology neemt die handschoen graag op: “Een goed voorbeeld van dergelijke publiek-private samenwerking is de gezamenlijke controlekamer waar politie en beveiligers samenwerken. In deze zogenaamde Regionale Toezicht Ruimte (RTR) observeren beveiligers én politie camerabeelden van bijvoorbeeld bedrijventerreinen, winkelgebieden, parkeerplaatsen en uitgaanscentra. Bij het interpreteren van die beeldinformatie maken we gebruik van moderne analysetechnologie.” Als gevolg hiervan gaat tussen de publieke en private partners steeds minder informatie onnodig verloren. “De reactietijd is veel korter en iedereen kan vanuit de eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden effectief handelen. In zowel het publieke als het private domein is sprake van een daling van de criminaliteit. Het is echt veiliger geworden.”

Drie O’s

De resultaten van de samenwerking liegen er niet om. Binnen drie jaar tijd is sprake van een daling van de criminaliteit met zo’n 80%. Doet goed voorbeeld goed volgen? “In de praktijk blijkt dat het niet eenvoudig is om alle ketenpartners op één lijn te krijgen,” weet Den Hartog. “De RTR kent dan ook een lange voorgeschiedenis. In 2003 startte de politie een onderzoek met als doel het aantal nodeloze alarmeringen terug te dringen. Daarbij waren de drie O’s betrokken: ondernemers, onderwijs en overheid. Dat heeft vervolgens geleid tot de oprichting van de stichting CrimiNee! Met name het delen van informatie tussen publieke en private partijen ligt gevoelig. Wat wel en niet mag, is allemaal juridisch getoetst. Dat kostte tijd.”

Onconventioneel

” Ja dus. Dat heeft geresulteerd in het convenant Particuliere Beveiliging. “Gedurende het eerste convenant stuurden we ook op de inhoudelijke inzet van de uren,” meldt de burgemeester. “Dat deel van het werk heeft de politie bij de recente ondertekening van het tweede convenant overgenomen.

We voeren nu alleen nog de regie over

de inkoop. De beveiligingsuren worden flexibel en informatiegestuurd ingezet. Neem surveillance rond sluitingstijden van winkels in de winterperiode. Dat tijdslot creëert een verhoogde kans op overvallen, dus zetten we daar extra beveiliging voor in. We sturen dus directer op veiligheid en daarmee op resultaat.”

Protocollaire angst

Hoe logisch de samenwerking tussen politie, gemeente en beveiligingsbedrijf ook klinkt, volgens Roest is er een ware zoektocht aan voorafgegaan. “De gesprekken met politie en justitie waren intensief; argwaan en twijfel moesten overwonnen worden. Voor de politie was het echt wennen om informatie te delen. Zowel bij de top als op de werkvloer was sprake van protocollaire angst. Het gaat immers om vertrouwelijke gegevens die vanuit de meldkamer naar beveiligers wordt doorgesluisd. Informatie die niet ʻop straatʼ mag komen te liggen.”

Ook het regelen van een directe inbellijn voor het beveiligingsbedrijf bij de meldkamer was een struggle. Niet onbegrijpelijk, volgens Roest. “Als politie zet je letterlijk de lijn open naar jouw werkproces. Het heeft dus alles te maken met vertrouwen. Allereerst in de top. De volgende uitdaging is om te werken aan begrip bij de mensen op de werkvloer.” Volgens Roest is de opstelling van het beveiligingsbedrijf daarbij cruciaal geweest. “Dealen met de overheid is anders dan met het bedrijfsleven. Vastberadenheid, geduld en tact zijn belangrijke voorwaarden om in die driehoek te kunnen opereren.”

Opschalen

Het convenant in Laren heeft geleid tot een regionaal informatieprotocol. Dit fungeert als richtsnoer voor het delen en verwerken van informatie. “Een mooie winst van twee jaar samenwerken. Het convenant biedt ons als gemeente de mogelijkheid direct te sturen op veiligheid. Meer blauw op straat lijkt een achterhaald concept. Relevanter is informatiegestuurd samenwerken. Dat heeft de toekomst. Dat moet in Den Haag nog meer doordringen.” Ook andere gemeenten in de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek hebben interesse getoond. Roest raadt het zijn collega’s aan. “De komst van de Nationale Politie onderstreept de noodzaak om op te schalen.”

Politietaken overnemen

Volgens Ronald van Steden, universitair docent Bestuurskunde aan de Vrije Universiteit, kun je je inderdaad afvragen wat de centralisering en de vorming van de nationale politie betekenen op lokaal niveau. “De tendens is dat de basispolitiezorg minder wordt in buurten, in wijken en op treinstations. Aan andere kant is er de professionalisering van de beveiligingsbranche waardoor gaten kunnen worden opgevuld. Minder politieblauw, meer ‘lichtblauw’ op straat door straatcoaches, buitengewoon opsporingsambtenaren en beveiligers. De volgende stap kan zijn dat beveiligers politietaken gaan overnemen. Dit is een belangrijke discussie want veiligheid is kerntaak van de staat. Het is de vraag of de politie welwillend genoeg is om de samenwerking met beveiligers aan te gaan. Bovendien beschikt een beveiliger momenteel over weinig juridische middelen, terwijl veel van hem of haar wordt gevraagd.”

Kwestie van tijd

Op overheidsniveau is nog geen eenduidige richtlijn voor samenwerkingsvormen tussen publieke en private partijen. Volgens Den Hartog is dat een kwestie van tijd. “Steeds vaker kruipen ketenpartners – financieel gedwongen – bij elkaar om de mogelijkheden te onderzoeken. Begrijpelijk, want wie wil er nu niet meer veiligheid voor minder geld? Ondersteund door techniek kunnen mensen veel slimmer en effectiever worden ingezet. Dat is de toekomst. Je hebt dan wel partijen nodig die over hun eigen grenzen heen kunnen kijken.”

delen:
Algemene voorwaarden