Deloitte

Magazines | Noord-Limburg Business nr 5 2008

marése faassen

| november 2008 | Marketing | forum |

Als eerste heeft Lynn Dinnessen gehoor gegeven aan onze uitnodiging. Dit reclamebureau is gevestigd in Boxmeer en bestaat sinds 2005. Met tien man profileren ze zich als full service bureau, met klanten in zowel binnen- als buitenland. Lynn en haar collega’s zijn vooral sterk in de strategie en de filosofie achter een campagne. Zonder goed uitgedacht idee is elke reclame-uiting zinloos, zo is de redenering. Lynn doet bij Dinnessen de art direction. Naast haar zit Marése Hasselmann-Faassen, communicatieadviseur bij Donkers Marketing Communicatie te Gennep. Evenals Dinnessen profileert Donkers zich full service, waarbij men het hele proces begeleidt. Deskundig advies en creativiteit zijn de sleutelwoorden. Donkers werkt niet alleen voor Nederlandse, maar ook voor Duitse bedrijven.

Derde forumgast vanmiddag is Inge van der Borght, eigenaar van Flyers Internet Communicatie. Zoals de naam al doet vermoeden, houdt Flyers zich bezig met gerichte marketing via internet. Sinds 1997 bouwen ze websites en daarbij geven ze advies over vormgeving, inhoud en andere internetgerelateerde onderwerpen. Denk daarbij aan doelgroeponderzoek, huisstijl, hosting en contentmanagement. Flyers biedt een eigen pakket, waarmee klanten zelf hun website kunnen updaten en aanpassen. Naast Van der Borght heeft Milton Cavis plaatsgenomen. Hij is een van de twee directeuren van Studio Spinazie te Venray. Een opvallende naam voor een bedrijf dat van alle markten thuis is. Van huisstijl tot logo, van marketingplan tot reclamecampagne en van poster tot websites. Creatief, dynamisch en aanstekelijk enthousiast, zo leert de website. Als laatste stelt Leo Creemers zich voor. Eigenaar van de eenmanszaak bureauLEO. Hij typeert zich als creatieve duizendpoot voor bedrijven, organisaties en (overheids)instellingen. Eigenlijk houdt hij zich bezig met alles wat met concept, ontwerp, communicatie en vaak ook organisatie te maken heeft.

De eerste vraag komt aan de orde. De begrippen communicatie, reclame en marketing liggen dichtbij elkaar. Menig persoon weet het verschil niet. Hoe profileer je je als bedrijf in een sector waar veel concurrentie is en waar klanten het verschil niet weten tussen een reclame- en een marketingbureau? Van der Borght trapt af: “Wij hebben toch een duidelijk profiel omdat we nadrukkelijk gericht zijn op nieuwe media. Communicatie via het web vereist nu eenmaal een andere aanpak in vergelijking met een traditionele campagne. De mogelijkheden liggen ergens anders doordat het bij uitstek een interactief medium is.” Dan Cavis over die vraag: “Wij profileren ons nadrukkelijk als full service communicatiebureau, zodat onze relatie maar met één bureau zaken hoeft te doen. Hebben we bepaalde kennis of ‘know how’ niet in huis, dan werken we met externe partijen. Wij ontwerpen bijvoorbeeld wel websites maar het technisch bouwen ervan besteden we uit.”

‘Communicatie via het

web vereist nu eenmaal

een andere aanpak in

vergelijking met een

traditionele campagne’

Bij Donkers ligt de nadruk op de strategie. Hasselmann: “Het is inderdaad belangrijk om jezelf goed te positioneren, zodat je doelgroepen een goed beeld hebben van wat je in huis hebt. Wij houden ons uitdrukkelijk bezig met communicatievraagstukken. Wat communiceer je? Welk middel zet je daarvoor in? Pas daarna zijn bij ons de creatieven aan zet. De klant leren kennen, een gedegen analyse maken en samen met de klant een succesvolle strategie voor de toekomst bepalen, daar is Donkers sterk in.” Volgens Cavis hebben veel bureaus in de communicatiebranche hetzelfde te bieden, maar het gaat erom dat je met de klant op één lijn zit. “Wij hebben bewust gekozen voor een opvallende naam en een tegendraads imago. Jong, fris en een beetje ‘raar’. Die uitstraling zal het ene bedrijf aanspreken en het andere niet. Volgens mij is dat de manier om je te onderscheiden.”

“Je moet vanaf dag één je profiel op orde hebben”, zo betoogt Dinnessen. “Juist omdat het reclamevak veel goedwillende amateurs aantrekt. Mensen die een beetje kunnen tekenen en zich vervolgens reclamespecialist noemen. Dinnessen profileert zich gewoon als no-nonsense reclamebureau. Full service? Ja, maar we voegen er een extra dimensie aan toe. Een beetje brutaal, een beetje choquerend op zijn tijd. ‘Out of the box’, zoals dat zo mooi heet. Wat ons bijvoorbeeld anders maakt is het feit dat Dinnessen ook haar eigen reclamecampagne organiseert. Dat doet bijna niemand, wat eigenlijk raar is. We zijn allemaal bezig met reclame en met marketing, maar de meeste bureaus komen niet verder dan een website en een mooi praatje. Wij communiceren via eigen uitingen wie we zijn en wat we doen.” Tot slot Creemers: “Ik profileer me niet nadrukkelijk. Wat ik ben? Ik noem mezelf gewoon creatieve duizendpoot, een spin in mijn eigen netwerk. Ik spring van het ene project naar het andere en zo kom ik op interessante plekken waar vaak complexe projecten om invulling vragen. Mensen die mij inschakelen weten dus wat ik doe. Vandaar dat ik niet zo bezig ben met mijn imago.”

‘Ik noem mezelf gewoon

creatieve duizendpoot, een

spin in mijn eigen netwerk’

Kosten

Verschillende antwoorden dus. Het gezelschap is het wel eens over het feit dat veel bedrijven onderschatten wat er allemaal komt kijken bij een opdracht. Een en ander wordt grandioos onderschat. Cavis: “De gemiddelde ondernemer komt niet verder dan het bedenken van een foldertje of een brochure. Hij heeft vaak geen idee van een filosofie, een achterliggende gedachte.” Dinnessen valt hem bij: “Wat ik ook altijd weer verbazend vind, is hoe naïef men soms is als het om kosten gaat. Ik noem een bedrijf dat aanklopte voor een uitgebreide merkcampagne met alles erop en eraan. Als ik dan zeg dat zoiets toch écht meer dan tweeduizend euro kost, schreeuwen ze moord en brand.” Het komt doordat ondernemers alles weten van hun eigen branche, maar soms geen idee hebben hoe bijvoorbeeld een logo tot stand komt, zo oppert Hasselmann. “Marketing en communicatie is geen hapklaar pakketje dat je zo even van de plank koopt. Er gaat gewoon veel strategisch denkwerk aan vooraf.”

Van der Borght heeft gelukkig ook andere ervaringen. “Iedereen kent internet. Vooral jongere generaties weten precies wat er allemaal mogelijk is. Tien jaar geleden moesten we nog veel uitleggen, vandaag de dag praat je vaak met mensen die op de hoogte zijn. Dat maakt het voorgesprek al een stuk gemakkelijker. Men weet wel dat iets kan, maar de precieze invulling laten ze aan ons over. Klanten hebben dus vaak al een werkbaar idee in het achterhoofd.” Creemers lacht. “Het is dus goed dat wij er zijn om de klant te begeleiden tijdens het proces van idee tot uitwerking. Sparren op hetzelfde niveau. Dan gaat het vanzelf wel dagen dat een logo meer is dan een leuk plaatje met wat kleurtjes.”

‘Bedrijven gedragen zich

vaak alsof het voor jou

als bureau een hele eer is

om mee te mogen doen.

Onzin natuurlijk’

Pitch

Dan komt de pitch aan de orde. De deelnemers gaan er eens goed voor zitten. De pitch is het aanbestedingsproces, waarbij een aantal bureaus hun idee presenteren en de opdrachtgever de beste eruit pikt. Tenminste, zo hoort het te zijn… Dinnessen: “Wij doen eigenlijk nooit mee aan pitches. Bij een pitch wordt vaak gestreden om de prijs. Bovendien hebben we bij een pitch nog geen relatie met die klant, waardoor het het ad-hoc werk wordt.” Donkers doet geen creatieve pitches. Hasselmann legt uit waarom: “Bij een pitch presenteer je een tastbaar idee en daar houden we ons in eerste instantie niet mee bezig. Donkers focust immers eerst op de strategie en pas in tweede instantie op de uitwerking.” Ook Creemers is terughoudend: “Bedrijven gedragen zich vaak alsof het voor jou als bureau een hele eer is om mee te mogen doen. Onzin natuurlijk. Er gaat gewoon een hele hoop tijd in zitten, zonder de garantie dat jij het ook daadwerkelijk mag uitvoeren. Overheidsinstellingen en ook non-profitorganisaties zijn daar overigens vaker realistisch(er) in dan bedrijven.” “Soms doen we wel mee aan pitches, maar alleen tegen betaling”, zo stelt Van der Borght. “Maar alleen als we het idee hebben dat onze bijdrage ook echt op waarde wordt geschat.” Cavis voegt toe dat het ook vaak gebeurt dat de goedkoopste inzending wint, maar dat ze vervolgens van andere concepten elementen ‘lenen’, dat is natuurlijk ‘not done’.

Milton cavis

| BUSINESS | noord limburg | |

inge van der borght

leo creemers

lynn dinnessen

Tot slot zijn we natuurlijk benieuwd naar de mening over de beste reclames van de laatste tijd. Welke commercial is favoriet? We gaan het rijtje af.

Dinnessen: “Als ik één voorbeeld mag noemen, dat nomineer ik de reclame van Dove. Zij breken met de traditie dat enkel ultradunne modellen te zien zijn in reclames. Tijd voor echte schoonheid. Sterk en goed ontvangen bij de doelgroep.”

Hasselmann: “Hoewel sommige mensen hem erg irritant vonden, is de reclame van KPN echt een schot in de roos. ‘Goeiemoggel’ is inmiddels een gevleugelde uitspraak op menig kantoor. Ik vind hem erg sterk. Zeker omdat er nu een vervolgspotje loopt, waarin men er zelf de spot mee drijft.”

Van der Borght: “Ik noem natuurlijk iets dat gerelateerd is aan internet. Het zal geen verrassing zijn dat ik de marketing van Google noem. Sterk in alle eenvoud; geen plaatjes, geen flashy animaties. Ik vind vooral die subtiele verwijzingen tijdens feestdagen erg goed.” Cavis: “Ik noem de sympathieke reclame van Albert Heijn. Hij is zo succesvol, dat er een hele serie van gemaakt is. Die acteur speelt zijn rol zo fantastisch goed, dat je zou zweren dat het echt een filiaalchef is.”

Creemers: “Telecomgigant BEN maakt hele sfeervolle, subtiele spotjes. Niet schreeuwerig, ingetogen en sluit aan bij de doelgroep. Wat mij betreft een van de betere campagnes de afgelopen jaren.”

Groene IT:

een investering waard

Er zijn organisaties die ‘op groen’ gaan omdat ze vinden dat dat zo hoort. Maar veel organisaties implementeren milieuvriendelijke oplossingen omdat die kostenbesparend zijn.

| | noord limburg | BUSINESS|

| Groen ondernemen | ICT | november 2008 |

Daarom is het vreemd dat veel ondernemingen en organisaties van de veronderstelling uitgaan dat een milieubewuste instelling en fiscale aantrekkelijkheid twee totaal verschillende zaken zijn.

Portemonnee

Zo’n 20 jaar geleden was het milieu voor de eerste keer een hype. Organisaties als Greenpeace konden elke week honderden nieuwe leden bijschrijven en bedrijven die het milieu belastten, konden er op rekenen dat ze publiekelijk aan de schandpaal werden genageld. Maar toen ging het minder met de economie, en werd gewoon geld verdienen weer belangrijker dan het milieu redden. De portemonnee ging vóór de boom. Mede dankzij Al Gore en zijn ongemakkelijke waarheid staat het milieu weer volop in de belangstelling. Recent hebben we ook weer veel nieuwe dingen ontdekt die slecht zijn voor ons en onze wereld, zoals fijnstof. De IT-wereld kon niet achterblijven en toonde zich bewust van zijn verantwoordelijkheid: de diverse producenten ontwikkelden allemaal een eigen milieuvriendelijk beleid, met daaraan gekoppeld de onschadelijke producten, en zelfs een keurmerk: de Green Star.

Dun laagje

Vandaag de dag dreigt het spook van de recessie weer op te duiken, en je hoort al weer mensen roepen dat hun organisatie zich financieel niet meer kan veroorloven om mee te doen met de milieusparende maatregelen. Dan blijkt weer hoe dun het laagje milieubewustheid eigenlijk is bij sommige organisaties. Maar ook: hoe kortzichtig die mensen zijn. Want meedoen met de groene golf kost geen geld, het kan zelfs winst opleveren.

Feit is dat veel (niet allemaal, maar wel heel veel) investeringen in groene IT een positieve invloed hebben op de ‘bottom line’. Tenslotte is het werkelijke doel van dergelijke projecten het energieverbruik te verminderen en verspilling te voorkomen. Deze maatregelen hebben milieuvriendelijke voordelen, zorgen voor een kleinere ‘footprint’. De financiële voordelen van die groene IT-maatregelen zijn goed te meten en te voorspellen. Als een organisatie bijvoorbeeld in staat blijkt om eenderde van de aanwezige servers uit te schakelen, of het verbruik van papier en tonercartridges met 40 procent terug te brengen, is met een eenvoudige rekensom vast te stellen wat de besparingen zijn.

Veel beheerders van datacentra voorzien dat hun faciliteiten in de nabije toekomst een tekort krijgen aan opslagcapaciteit en stroom. Als zij nu al een goed gestructureerd groen initiatief ontplooien, zou dat niet alleen de energiekosten drukken, maar tevens toekomstige groei makkelijker maken als het economisch tij weer keert.

Voorbeelden

Om concreet duidelijk te maken hoe een slim IT-beleid tot kostenbesparing kan leiden, geven we hier enkele voorbeelden.

1. Desktop voedingbeheer

Elke pc en monitor die de hele dag (en nacht) aan blijft staan, kost tussen de 12 en 35 euro per jaar aan stroomkosten. Natuurlijk kan het zo zijn dat die pc’s aan moeten blijven staan omdat er ’s nachts back-ups worden uitgevoerd, maar dat is geen excuus: er bestaan zeer effectieve pc-beheeroplossingen die de machines automatisch uitschakelen als ze niet worden gebruikt en weer inschakelen voor updates en back-ups. Het rekensommetje voor de ROI van de beheersoftware is simpel: 30 euro per jaar maal het aantal pc’s in de hele organisatie. Vergelijk dat met de kosten voor de licenties van de software. De winst voor het milieu is duidelijk: minder stroomverbruik betekent minder CO2-uitstoot.

2. Server virtualisatie

Een server virtualisatie project kan nogal ingrijpend zijn. Het kan ook totaal niet van toepassing zijn op de behoeftes van de organisatie. Maar het heeft wel de potentie om aanzienlijke groene voordelen op te leveren. In heel veel organisaties staan ontelbare servers te draaien in speciale ruimtes. Veel van die servers worden een groot deel van de tijd niet gebruikt, maar trekken wel stroom en moeten wel gekoeld worden omdat ze veel hitte produceren. Het concept van server virtualisatie is dat de taken van servers die minder vaak worden gebruikt, worden ondergebracht bij een geringer aantal servers die wel intensief worden gebruikt. Er zijn voorbeelden waarbij het werk van 1.000 servers werd overgezet naar 270 stuks, en van 260 naar 11. Opvallend in dit verband is dat wel kritisch wordt gekeken naar het gebruik en de aanschaf van leaseauto’s, maar niet van servers. De kosten die op deze manier worden bespaard op stroom (voeding én koeling) zorgen voor een flinke verlaging van de energienota. Het kan ook nog eens besparingen opleveren op toekomstige investeringen in hardware – en voor het milieu omdat er veel minder stroom wordt verbruikt.

3. Thin provisioning

Thin provisioning is een opslagstrategie die wordt gepropageerd door Hitachi Data Systems, HP, en andere producenten. De gedachte achter de technologie is vrij simpel: alle opslag-hardware wordt door de IT-beheerders gezien als één grote pool waarvan, al naar gelang de behoefte, stukjes kunnen worden benut. Er worden dus geen aparte arrays voor verschillende business units gereserveerd, maar de totale behoefte aan opslagcapaciteit wordt vooraf geanalyseerd. Op basis van die analyse worden de apparaten aangeschaft, wat inhoudt dat er – als het goed is – geen dure machines staan te draaien op slechts een gedeelte van hun capaciteit. En weer is er sprake van een besparing in kosten en van het milieu. Overigens is thin provisioning niet de enige opslagstrategie die deze dubbele besparing kan realiseren.

4. Documentsystemen en afdrukbeheer

Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde medewerker elk jaar voor 40 euro aan printerpapier en inkt verspilt door onnodig afdrukken van documenten. Dit bedrag kan snel oplopen als de organisatie meer dan het gemiddelde aantal contracten, marketingmateriaal, handleidingen, spreadsheets en dergelijke afdrukt. Daar komen dan nog bij de kosten van stroom en onderhoud van de verschillende printers, copiers en faxen. Er kunnen dus nogal wat kosten worden bespaard als er een degelijk en efficiënt afdrukbeheer-beleid wordt opgesteld – en gehandhaafd. Zo zijn er systemen die het onmogelijk maken dat web-pagina’s in kleur worden afgedrukt, of automatisch regelen dat documenten tweezijdig worden bedrukt in plaats van slechts aan één kant. Of dat het afdrukken pas plaatsvindt als de opdrachtgever zich daadwerkelijk fysiek bij de printer bevindt. Het resultaat: besparingen op papier en inkt – en enkele bomen en andere natuurlijke bronnen.

De meeste producenten wijzen tegenwoordig op de voordelen van multifunctionele apparaten boven machines met slechts één enkele functie. Als diverse oude, energievretende machines kunnen worden vervangen door één efficiënte mfp, dan bespaart men op geld en cartridges. Vrijwel elke zichzelf op milieugebied profilerende organisatie heeft tegenwoordig ook standaard onder de mailtjes de mededeling: ‘Consider the environment before printing this message’. Staat leuk, maar heeft over het alemeen weinig effect.

5. Gerenoveerde apparaten

Zelfs in economisch minder florissante periodes kan het nodig zijn, nieuwe hardware aan te schaffen zoals pc’s, servers of routers. Natuurlijk is het altijd weer lekker om nieuwe apparatuur te hebben, maar gerenoveerde systemen (bijvoorbeeld pc’s die een upgrade hebben gekregen) kunnen een goed alternatief zijn. Tenzij de organisatie per se het nieuwste van het nieuwste moet hebben, kan een machine van zeg maar twee jaar oud best voldoen aan de eisen. De meeste inkopers zijn bang dat ze dan een kat in de zak kopen. Maar je koopt toch ook geen gebruikte auto bij Gekke Henkie’s Super Autodrome? Er zijn genoeg bonafide dealers die gebruikte apparatuur verkopen, met garantie en service. Bovendien leveren de meeste producenten ook gebruikte apparaten, al moet je er soms wel specifiek om vragen. De besparing voor het milieu zit hem in dit geval in het feit dat er geen nieuwe machines hoeven te worden gemaakt en vervoerd. En gebruikte machines zijn goedkoper dan nieuwe.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van groene IT-projecten die met een goede implementatie een interessante ROI op kunnen leveren voor zowel de financiële als de milieuvriendelijke kant van de zaak. Bij het nemen van beslissingen over de aanschaf van IT-producten is het dus verstandig om niet direct alles waar het label ‘groen’ aan hangt, van tafel te vegen.

| november 2008 | ICT | Groen ondernemen |

Daarom is het vreemd dat veel ondernemingen en organisaties van de veronderstelling uitgaan dat een milieubewuste instelling en fiscale aantrekkelijkheid twee totaal verschillende zaken zijn.

Portemonnee

Zo’n 20 jaar geleden was het milieu voor de eerste keer een hype. Organisaties als Greenpeace konden elke week honderden nieuwe leden bijschrijven en bedrijven die het milieu belastten, konden er op rekenen dat ze publiekelijk aan de schandpaal werden genageld. Maar toen ging het minder met de economie, en werd gewoon geld verdienen weer belangrijker dan het milieu redden. De portemonnee ging vóór de boom. Mede dankzij Al Gore en zijn ongemakkelijke waarheid staat het milieu weer volop in de belangstelling. Recent hebben we ook weer veel nieuwe dingen ontdekt die slecht zijn voor ons en onze wereld, zoals fijnstof. De IT-wereld kon niet achterblijven en toonde zich bewust van zijn verantwoordelijkheid: de diverse producenten ontwikkelden allemaal een eigen milieuvriendelijk beleid, met daaraan gekoppeld de onschadelijke producten, en zelfs een keurmerk: de Green Star.

Dun laagje

Vandaag de dag dreigt het spook van de recessie weer op te duiken, en je hoort al weer mensen roepen dat hun organisatie zich financieel niet meer kan veroorloven om mee te doen met de milieusparende maatregelen. Dan blijkt weer hoe dun het laagje milieubewustheid eigenlijk is bij sommige organisaties. Maar ook: hoe kortzichtig die mensen zijn. Want meedoen met de groene golf kost geen geld, het kan zelfs winst opleveren.

Feit is dat veel (niet allemaal, maar wel heel veel) investeringen in groene IT een positieve invloed hebben op de ‘bottom line’. Tenslotte is het werkelijke doel van dergelijke projecten het energieverbruik te verminderen en verspilling te voorkomen. Deze maatregelen hebben milieuvriendelijke voordelen, zorgen voor een kleinere ‘footprint’. De financiële voordelen van die groene IT-maatregelen zijn goed te meten en te voorspellen. Als een organisatie bijvoorbeeld in staat blijkt om eenderde van de aanwezige servers uit te schakelen, of het verbruik van papier en tonercartridges met 40 procent terug te brengen, is met een eenvoudige rekensom vast te stellen wat de besparingen zijn.

Veel beheerders van datacentra voorzien dat hun faciliteiten in de nabije toekomst een tekort krijgen aan opslagcapaciteit en stroom. Als zij nu al een goed gestructureerd groen initiatief ontplooien, zou dat niet alleen de energiekosten drukken, maar tevens toekomstige groei makkelijker maken als het economisch tij weer keert.

Voorbeelden

Om concreet duidelijk te maken hoe een slim IT-beleid tot kostenbesparing kan leiden, geven we hier enkele voorbeelden.

1. Desktop voedingbeheer

Elke pc en monitor die de hele dag (en nacht) aan blijft staan, kost tussen de 12 en 35 euro per jaar aan stroomkosten. Natuurlijk kan het zo zijn dat die pc’s aan moeten blijven staan omdat er ’s nachts back-ups worden uitgevoerd, maar dat is geen excuus: er bestaan zeer effectieve pc-beheeroplossingen die de machines automatisch uitschakelen als ze niet worden gebruikt en weer inschakelen voor updates en back-ups. Het rekensommetje voor de ROI van de beheersoftware is simpel: 30 euro per jaar maal het aantal pc’s in de hele organisatie. Vergelijk dat met de kosten voor de licenties van de software. De winst voor het milieu is duidelijk: minder stroomverbruik betekent minder CO2-uitstoot.

2. Server virtualisatie

Een server virtualisatie project kan nogal ingrijpend zijn. Het kan ook totaal niet van toepassing zijn op de behoeftes van de organisatie. Maar het heeft wel de potentie om aanzienlijke groene voordelen op te leveren. In heel veel organisaties staan ontelbare servers te draaien in speciale ruimtes. Veel van die servers worden een groot deel van de tijd niet gebruikt, maar trekken wel stroom en moeten wel gekoeld worden omdat ze veel hitte produceren. Het concept van server virtualisatie is dat de taken van servers die minder vaak worden gebruikt, worden ondergebracht bij een geringer aantal servers die wel intensief worden gebruikt. Er zijn voorbeelden waarbij het werk van 1.000 servers werd overgezet naar 270 stuks, en van 260 naar 11. Opvallend in dit verband is dat wel kritisch wordt gekeken naar het gebruik en de aanschaf van leaseauto’s, maar niet van servers. De kosten die op deze manier worden bespaard op stroom (voeding én koeling) zorgen voor een flinke verlaging van de energienota. Het kan ook nog eens besparingen opleveren op toekomstige investeringen in hardware – en voor het milieu omdat er veel minder stroom wordt verbruikt.

3. Thin provisioning

Thin provisioning is een opslagstrategie die wordt gepropageerd door Hitachi Data Systems, HP, en andere producenten. De gedachte achter de technologie is vrij simpel: alle opslag-hardware wordt door de IT-beheerders gezien als één grote pool waarvan, al naar gelang de behoefte, stukjes kunnen worden benut. Er worden dus geen aparte arrays voor verschillende business units gereserveerd, maar de totale behoefte aan opslagcapaciteit wordt vooraf geanalyseerd. Op basis van die analyse worden de apparaten aangeschaft, wat inhoudt dat er – als het goed is – geen dure machines staan te draaien op slechts een gedeelte van hun capaciteit. En weer is er sprake van een besparing in kosten en van het milieu. Overigens is thin provisioning niet de enige opslagstrategie die deze dubbele besparing kan realiseren.

4. Documentsystemen en afdrukbeheer

Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde medewerker elk jaar voor 40 euro aan printerpapier en inkt verspilt door onnodig afdrukken van documenten. Dit bedrag kan snel oplopen als de organisatie meer dan het gemiddelde aantal contracten, marketingmateriaal, handleidingen, spreadsheets en dergelijke afdrukt. Daar komen dan nog bij de kosten van stroom en onderhoud van de verschillende printers, copiers en faxen. Er kunnen dus nogal wat kosten worden bespaard als er een degelijk en efficiënt afdrukbeheer-beleid wordt opgesteld – en gehandhaafd. Zo zijn er systemen die het onmogelijk maken dat web-pagina’s in kleur worden afgedrukt, of automatisch regelen dat documenten tweezijdig worden bedrukt in plaats van slechts aan één kant. Of dat het afdrukken pas plaatsvindt als de opdrachtgever zich daadwerkelijk fysiek bij de printer bevindt. Het resultaat: besparingen op papier en inkt – en enkele bomen en andere natuurlijke bronnen.

De meeste producenten wijzen tegenwoordig op de voordelen van multifunctionele apparaten boven machines met slechts één enkele functie. Als diverse oude, energievretende machines kunnen worden vervangen door één efficiënte mfp, dan bespaart men op geld en cartridges. Vrijwel elke zichzelf op milieugebied profilerende organisatie heeft tegenwoordig ook standaard onder de mailtjes de mededeling: ‘Consider the environment before printing this message’. Staat leuk, maar heeft over het alemeen weinig effect.

5. Gerenoveerde apparaten

Zelfs in economisch minder florissante periodes kan het nodig zijn, nieuwe hardware aan te schaffen zoals pc’s, servers of routers. Natuurlijk is het altijd weer lekker om nieuwe apparatuur te hebben, maar gerenoveerde systemen (bijvoorbeeld pc’s die een upgrade hebben gekregen) kunnen een goed alternatief zijn. Tenzij de organisatie per se het nieuwste van het nieuwste moet hebben, kan een machine van zeg maar twee jaar oud best voldoen aan de eisen. De meeste inkopers zijn bang dat ze dan een kat in de zak kopen. Maar je koopt toch ook geen gebruikte auto bij Gekke Henkie’s Super Autodrome? Er zijn genoeg bonafide dealers die gebruikte apparatuur verkopen, met garantie en service. Bovendien leveren de meeste producenten ook gebruikte apparaten, al moet je er soms wel specifiek om vragen. De besparing voor het milieu zit hem in dit geval in het feit dat er geen nieuwe machines hoeven te worden gemaakt en vervoerd. En gebruikte machines zijn goedkoper dan nieuwe.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van groene IT-projecten die met een goede implementatie een interessante ROI op kunnen leveren voor zowel de financiële als de milieuvriendelijke kant van de zaak. Bij het nemen van beslissingen over de aanschaf van IT-producten is het dus verstandig om niet direct alles waar het label ‘groen’ aan hangt, van tafel te vegen.

| BUSINESS | noord limburg | |

‘Meer koopzondagen in Venlo’

Moet Venlo het aantal koopzondagen verruimen, om te beginnen voor de tuincentra? VVD-wethouder Mark Verheijen (Economische Zaken) vindt van wel. Het college van B en W wil er echter niet aan. Met drie stemmen voor en vier tegen verwierp het college van B en W een voorstel om in 2009 een proef te houden waarbij de drie tuincentra in Venlo alle zondagen open mogen zijn. Verheijen wil nu een debat onder de bevolking om te peilen hoe gedacht wordt over ruimere winkelopening op zondagen.

“Het gaat me niet om 52 koopzondagen, maar wel om de vrijheid van ondernemen. Dat je bijvoorbeeld kunt kiezen voor pakweg dertig koopzondagen”, zegt Verheijen.

Uit onderzoek blijkt dat de dat de drie tuincentra omzetverlies verwachten als ze niet vaker dan de huidige twaalf koopzondagen mogen openen. Ook de tuincentra in Arcen en Velden, dat in 2010 bij Venlo komt, willen rechtszekerheid. Zij zijn nu het hele jaar door op zondag geopend. “We laten als stad werkgelegenheid schieten en economische kansen liggen”, stelt Verheijen. Hij doelt daarmee op het feit dat elders tuincentra wél elke zondag open zijn, maar ook horeca, de winkeltjes in het Venlose ziekenhuis of het Limburgs Museum.

FNV wil Europese aanpak topinkomens

Meeste mensen hebben voorkeur voor koophuis

Nederlanders wonen het liefst in een koophuis. Acht op de tien zou kiezen voor een koopwoning als de maandelijkse kosten daarvan gelijk waren aan die van een huurhuis.

Dat blijkt uit een onderzoek van ING Bank onder ruim 1265 Nederlanders met een koop- of huurwoning, dat onlangs is gepubliceerd. Als voordelen van een eigen huis zien mensen de mogelijkheid dat het meer waard wordt, het eigenaar zijn en zelf kunnen beslissen over de woning. Nadelen zijn dat mensen zich meer gebonden voelen en grotere financiële afhankelijkheid en risico’s zien. Twee van de tien Nederlanders kiezen bewust voor een huurhuis, omdat het gemak en flexibiliteit biedt. Ze willen bovendien niet zelf verantwoordelijk zijn voor onderhoud. Ondanks de onrust op dit moment, kunnen de economische ontwikkelingen voor de langere termijn voor zowel huurders als kopers gunstig uitvallen, stelt ING. Huurders zijn volgens het Economisch Bureau van ING/Postbank straks een kleiner deel van hun inkomen aan wonen kwijt, omdat de inkomens naar verwachting sterker stijgen dan de huren.

| business news | november 2008 |

Voorzitter Agnes Jongerius van FNV Vakcentrale wil een Europese aanpak van topinkomens. Zij zal daartoe een voorstel doen bij de Europese vakbeweging EVV, zei zij onlangs in een speciale uitzending van Nova/NOS over de kredietcrisis. Volgens FNV is er sprake van scheefgroei in de beloningsstructuur voor de top van grote bedrijven, en toont de kredietcrisis aan dat ingrijpen noodzakelijk is. Sommige mensen verdienen heel veel geld zonder dat duidelijk is of zij dit feitelijk verdienen, aldus FNV. De EVV bespreekt een plan van aanpak. FNV pleit daarbij voor een scheiding van persoonlijke belangen en het bedrijfsbelang. Ook moet het beloningsstelsel gericht worden op prestaties op de lange termijn in plaats van winst op de korte termijn.

| november 2008 | Outsourcing | ICT |

“Met onze diensten richten we ons puur op zakelijke toepassingen voor bedrijven, gemeenten, zorginstellingen en semi-overheden”, zo begint Jos Derkx. “We zijn in eerste instantie een ICT-dienstverlener met als specialisatie ISP (internet service provider), ASP (application service provider) en SaaS (software as a service). Bij al deze diensten kan men niet zonder een up-to-date eigen datacenter. Systemec B.V. heeft daarom geïnvesteerd in de laatste technieken met de hoogste betrouwbaarheid. Inmiddels hebben reeds vele bedrijven en instellingen in Nederland de weg naar Systemec gevonden en maken dankbaar gebruik van de faciliteiten. Belangrijke applicaties zoals email, agenda, voorraden, klantenbestanden en overige programmatuur worden op afstand toegankelijk, waardoor je als bedrijf enkel een eenvoudige pc nodig hebt. Het grote voordeel van het uitbesteden van alle ICT is te vergelijken met leasen: je hoeft geen grote investeringen te doen, je hebt geen omkijken naar het onderhoud en zowel de hard- als software is altijd up-to-date.”

Tijdens het vorige gesprek hebben we vooral het moderne datacentrum belicht en vandaag praten we over een ander belangrijk aspect van ICT: outsourcing. Derkx: “In feite betekent outsourcing niet meer en niet minder dan het extern opslaan van belangrijke bedrijfsgegevens. Systemec wil daarbij de partner zijn van het bedrijf. Als je de ICT outsourced, is de continuïteit gewaarborgd. Computernetwerken zijn vandaag de dag de slagaders van elk bedrijf. Als er iets misgaat, en je bent (alle) data kwijt, betekent dat een regelrechte ramp. Niet alleen ben je veel tijd kwijt, het kost ook veel geld. Vandaar dat bedrijven aan risicospreiding moeten doen. Ik maak het steeds vaker mee dat deze zaken niet goed geregeld zijn, terwijl een ongelukje in een heel klein hoekje zit. Denk aan waterschade, storm, blikseminslag, brand, inbraak of onkundig handelen van personeel. Krijg je als bedrijf met een dergelijke calamiteit te maken, dan ligt het hele arbeidsproces stil. Ook verzekeringsmaatschappijen eisen steeds vaker dat er een goede back-up aanwezig is. Wil je als bedrijf eventuele schade vergoedt zien, dan moet je zorgen dat jou niets te verwijten valt.”

Volgens Derkx moet je de kosten van outsourcing zien als een voorinvestering. “Je stelt de continuïteit veilig in een moderne en gecontroleerde omgeving. Systemec heeft al ruim zes jaar ervaring met outsourcing voor veel verschillende partijen. Denk aan de gezondheidszorg, gemeenten en logistieke bedrijven.” We zijn benieuwd waarom bedrijven nu juist bij Systemec moeten zijn als ze hun ICT willen outsourcen. Derkx: “Wij profileren ons als flexibel IT-bedrijf. De software kan men huren of kopen en we werken met flexibele contracten. Van drie weken tot enkele maanden; precies toegesneden op de individuele situatie van elk bedrijf. Het belangrijkste aspect is echter dat het bedrijf geen omkijken meer heeft naar hun ict-infrastructuur. Wij regelen immers alles.” Derkx sluit af met de bekende maar vaak genegeerde beeldspraak: “Vaak neemt men pas actie als het kalf reeds verdronken is. Het is gewoon veel beter om van tevoren te anticiperen op calamiteiten.”

Systemec zorgt

voor risicospreiding

Systemec B.V. is ruim zeventien jaar een begrip in Venlo en omstreken. Een ‘oude rot’ in het vak, zoals directeur en oprichter Jos Derkx het noemt. Systemec is een ICT-dienstverlener en Full Service Internet Provider voor het bedrijfsleven en (semi)overheden, met een sterke focus op beveiliging, externe data-opslag en systeembeheer. Omdat werknemers steeds vaker thuis of op een andere locatie werken, biedt Systemec ook mogelijkheden om op afstand in te loggen op het eigen bedrijfsnetwerk. Een gesprek met Jos Derkx over dienstverlening en vooral outsourcing. Volgens hem dé manier om risico’s te spreiden.

| BUSINESS | noord limburg | |

Nieuwe website in de gemeente Bronckhorst

Vanaf heden is het voor iedereen mogelijk informatie over en van de gemeente Bronckhorst te zoeken en/of te plaatsen. De website www.bronckhorst.startkabel.nl biedt verenigingen, clubs, buurten, bedrijven, (overheid)instanties enz. vrijblijvend de mogelijkheid een link over bijvoorbeeld een bedrijf of evenement te plaatsen op deze website. Bedrijven die ideeën hebben voor een nieuwe rubriek, kunnen deze per email aandragen via de website. Door deze site als startpagina te installeren, kan de site als dagelijkse gids voor de gemeente Bronckhorst dienen. Op de site is diverse informatie te vinden, variërend van bedrijven tot media.

Aantal flexwerkers stijgt verder

Vorig jaar was een op de elf werknemers een flexwerker. Totaal gaat het om 575.000 mensen. Sinds 2004 stijgt het aantal flexwerkers weer, na een aantal jaren gedaald te zijn.

Dat meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Flexwerk bestaat vooral uit uitzendwerk, inval- en oproepwerk en vakantiebanen. Vrouwen hebben vaker een flexbaan dan mannen. De laatste tien jaar zijn de verschillen wel kleiner geworden. Dat komt omdat tussen 1998 en 2003 het aantal vrouwen met een flexbaan is gedaald. De schommelingen in het flexwerk zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van de economische situatie. Flexwerkers zijn vaak jong en laag opgeleid. Een op de drie werknemers van 15 tot 25 jaar heeft een flexibel arbeidscontract. Vaak gaat het dan om werk in de zomermaanden. Vaak zijn dat scholieren of studenten met een bijbaantje. Flexwerk komt meer voor onder niet-westerse allochtonen dan onder autochtonen.

Nederlandse sollicitanten zijn gemakzuchtig

Van de Nederlandse werkzoekenden bereidt 70 procent zich niet of nauwelijks voor op een sollicitatiegesprek. Dat blijkt uit een onderzoek van NationaleVacaturebank.nl dat onlangs openbaar is gemaakt. Drie van de vijf ondervraagden zien het sollicitatiegesprek als een wederzijdse kennismaking. De helft van de sollicitanten bereidt zich enigszins voor op het gesprek en 27 procent doet extra nette kleding aan. Van de werkzoekenden doet 14 procent helemaal niets extra’s voor het gesprek. Volgens een zegsman van NationaleVacaturebank.nl zijn sollicitanten door de krappe arbeidsmarkt gemakzuchtig geworden en blijven geschikte kleding en een goede voorbereiding belangrijk voor een succesvol sollicitatiegesprek.

‘Raadhuis rolstoel-onvriendelijk’

Het verbouwde stadhuis in Venlo en het nieuwe culturele centrum ‘t Raodhoes in Blerick zijn ondanks alle goede voornemens van gemeente en Gehandicaptenraad toch niet optimaal bereikbaar voor mensen in een rolstoel of scootmobiel. Wethouder Jan Lamers (GroenLinks, Zorg) moest onlangs tijdens de raadsvergadering toegeven dat er bij nieuw- en verbouwplannen nog fouten worden gemaakt. Het pas geopende Raodhoes in Blerick kent bij de ingang van het grand café een voor rolstoel en scootmobiel te hoge drempel van 25 centimeter. Toegangsdeuren openen sluiten niet automatisch. Mensen in een scootmobiel kunnen de lift in het opgeknapte stadhuis niet uit om zo bij de trouwzaal te komen.

| november 2008 | tekst: sofie fest | aankondiging |

Tijdens de ondernemersavond presenteren de genomineerde bedrijven zich door middel van een korte filmimpressie waarna de jury bekend maakt wie de winnaar is. De PMRO prijs is echter niet de enige prijs die te winnen is. De Rabobank Maashorst Startersprijs en de Jo Janssenprijs voor een ondernemer met lef zullen die avond ook worden vergeven. Ter plekke wordt door middel van stembiljetten door het publiek de winnaar van de publieksprijs gekozen.

De winnaar van vorig jaar was dhr. Henk Cuppen, directeur van Janssen de Jong Infra BV (2007). Cuppen ontving de prijs vanwege zijn maatschappelijke betrokkenheid en zijn bijdrage aan het groeiende succes van Janssen de Jong. Eerdere winnaars waren dhr J.Hulsen, directeur Oerlemans Foods Nederland BV (2006), dhr T. Kleeven, directeur van Kleeven Control & Medical (2005) en dhr C. Beelen, directeur van Hotraco Group (2004). Allen ontvingen zij een trofee naar ontwerp van kunstenares Marieke Derks.

De PMRO prijs is in 2004 door Stichting Horst Promotie te Horst in het leven geroepen. Hiervoor werd door Stichting Horst Promotie de Stichting Ondernemersprijs Noord Limburg opgericht. Het bestuur van Stichting Ondernemersprijs Noord Limburg bestaat uit maximaal acht personen die het bedrijfsleven, de gemeenten en de sponsors vertegenwoordigen. De deelnemende bedrijven worden door een selectiecommissie getoetst. Vervolgens worden vijf genomineerde ondernemingen aan de jury voorgedragen. De jury kiest drie kandidaten uit die verder worden onderzocht en bepaalt uiteindelijk de winnaar.

Om als onderneming mee te mogen doen, moet het bedrijf of een onderdeel van het bedrijf gevestigd zijn in de regio. Alleen aanmeldingen uit de gemeenten en bijbehorende ondergemeenten Horst aan de Maas, Sevenum en Meerlo-Wannsum (kernen Tienray en Swolgen) worden geaccepteerd. Andere belangrijke punten zijn innovatie en duurzaamheid. De ondernemer wordt getoetst op creativiteit, maatschappelijke betrokkenheid en doorzettingsvermogen. Bedrijven mogen elk jaar meedoen, mits zij in voorgaande jaren niet genomineerd zijn geweest. Banken en bedrijven zonder winstoogmerk zijn uitgesloten van deelname. Ondernemingen die aan de deelnamecriteria voldoen, kunnen zich aanmelden door middel van een contactformulier op de desbetreffende site.

Uitreiking Peel en Maas Ondernemersprijs 2008

Op donderdag 20 november wordt voor de vijfde de keer de jaarlijkse Peel en Maas Ondernemersprijs (PMRO prijs) uitgereikt in de Merthal te Horst. Deze prijs heeft als doel de economie in de regio te stimuleren en de deelnemende bedrijven in een positief daglicht te stellen. Dit jaar zijn onder andere de heren Henk Lucassen en Udo Verhaag van Verhaag Parketvloeren-

Afbouwprojecten-Schuifwandkasten B.V., de heren John, Ard en Leon Vissers van Vissers Aardbeiplanten B.V. en de heren Albert Vermeulen en Jack Reijnders van ACB Beheer B.V. genomineerd.

| BUSINESS | noord limburg | |

Verkoop nieuwe auto’s fors gedaald

De verkoop van nieuwe auto’s in de EU is de eerste negen maanden van dit jaar 4,4 procent minder dan dezelfde periode vorig jaar. De verkoop in de maand september was met 1,3 miljoen stuks zelfs de slechtste september sinds 1998, meldde de Europese vereniging van autofabrikanten ACEA onlangs. Vooral de verkoop in Italië, Spanje, Ierland en Engeland valt sterk terug. In Nederland was in de eerste negen maanden van het jaar juist een lichte stijging. Hier zagen de autodealers 1,2 procent meer nieuwe wagens de showroom uitrijden vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. De maand september was voor Nederlandse dealers zelfs 2,2 procent beter dan vorig jaar. De wagens die worden verkocht zijn vaker dan voorheen lichte en kleine modellen.

Floriade in tijdnood door melkveehouder

De Floriade dreigt in tijdnood te komen, omdat een cruciaal stuk grond niet verworven kan worden. Het gaat om een perceel van 3,36 hectare, dat onderdeel uitmaakt van het themapark over de tuinbouw. De gemeente Venlo probeert de grond nu te onteigenen. Het perceel is eigendom van Twan Peelen, melkveehouder aan de Heierkerkweg in Venlo. De gemeente heeft eerder aangeboden het hele bedrijf (100 koeien, 44 hectare) op te kopen. Peelen wil slechts meewerken als hij op een andere plek in de buurt zijn bedrijf kan voortzetten. Volgens hem heeft hij nog geen goed aanbod gekregen. Het perceel maakt deel uit van het themapark Onderwijs en Innovatie van de Floriade, dat in totaal 8,6 hectare groot is. In het park wordt de ‘complete en complexe keten van de tuinbouw’ getoond tijdens de expo in 2012. Voor de ontwikkeling van het terrein is de grond van Peelen onmisbaar, omdat er enkele gebouwen komen. Het is de bedoeling uiterlijk 2010 met de aanleg van het themapark te starten. Wethouder Mark Verheijen van Venlo vindt het jammer dat de gemeente een onteigeningsprocedure moet starten. Hij erkent dat de tijd krap wordt, maar gaat ervan uit dat alles goed komt. “De gemiddelde onteigeningsprocedure duurt veertien maanden. In dat geval komen we niet in de problemen.”

Uitzendmarkt verwacht slechte tijden

Onheilstijdingen stapelen zich op voor de uitzendmarkt. Er zijn aanwijzingen dat de omzetten in deze sector in deze weken omlaag gieren. Klanten zouden terughoudend zijn met het inhuren van tijdelijk personeel vanwege recessievrees en de kredietcrisis. Dat schreef Het Financiële Dagblad onlangs. Bronnen rond marktleider Randstad stellen dat deze partij de omzet in de afgelopen vier weken met 15 procent heeft zien kelderen. Voor Manpower zou het gaan om een daling van 8 procent. De uitzendbureaus willen de cijfers niet .

Een middelgroot uitzendbureau in het oosten van het land, dat niet bij name genoemd wil worden, stelt dat het niet langer kan investeren in opleidingstrajecten voor de uitzendkrachten, omdat de bank niet langer wil meefinancieren. Tegelijkertijd krijgt het bedrijf tal van kleine branchenoten over de vloer die zich voor overname aanbieden om de dans van een scherpe neergang te ontsnappen.

| november 2008 | Column | deloitte |

Onze aanpak

De adviseurs en accountants van Deloitte beperken zich niet tot het verlenen van voor de hand liggende accountancy diensten. Ten aanzien van financieringvraagstukken is het zinvol deze vergezeld te laten gaan van specialistisch financieel advies. Het uiteindelijke doel is om samen met u het vraagstuk op te lossen, waarbij u gedurende het proces alle aandacht kunt blijven richten op de dagelijkse gang van zaken. Ondernemers hebben behoefte aan proactieve advisering, betrokkenheid, snelle doorlooptijden van aanvragen en uiteindelijk het verkrijgen van acceptabele condities.

De voorbereiding door het

standaarddossier krediet (SDK)

bij investeringen en

groeifinancieringen.

De voorbereiding van de financieringsaanvraag is de belangrijkste stap in het proces. Hierin laat u zien wie u en het bedrijf zijn, zal er inzicht gegeven worden in de financiële performance en de toekomstverwachtingen. Vervolgens wordt er een degelijke onderbouwing van de kredietbehoefte gegeven. Voor dit proces heeft Deloitte het SDK ontwikkeld. Bij de ontwikkeling hiervan is gebruik gemaakt van de kennis van diverse financieel specialisten en bankiers. Het SDK geeft via een vaste structuur een beschrijving van de onderneming, de kredietbehoefte en de gewenste invulling. Een prognose en of ondernemingsplan kan ook toegevoegd worden. Vervolgens zal er contact worden gelegd met uw bank om het aan SDK gekoppelde rapport te presenteren en bespreken, in feite de belangrijkste stap. Indien gewenst kunnen wij de onderhandelingen voeren met de financier. Een groot voordeel van het inschakelen van een financieel specialist van Deloitte is dat hij gezien zijn ervaring zich optimaal kan verplaatsen in de gedachtegang van de financier. Dit zal een proces aanzienlijk doen versnellen en de kans op succes doen vergroten. Wij hebben tot tevredenheid van onze relaties maar ook van de financiers vele van deze trajecten doorlopen.

Het reviseren van financieringscondities en de reductie van het werkkapitaal

Het SDK model bevat ook een module om na te gaan of en hoe het werkkapitaal in uw bedrijf, en daarmee de financieringslasten, gereduceerd kan worden. Op een eenvoudige wijze laten we zien wat de invloed is van bijvoorbeeld het versnellen van debiteuren betalingen en hiermede het gebruik van het krediet in rekening-courant. Kortom, er doen zich dus bijna dagelijks momenten voor dat u bij de financiering van uw bedrijf stil kunt staan. Ons advies is om hier niet aan voorbij te lopen maar permanent de uitdaging aan te gaan deze te optimaal en fit te houden. Deloitte kan u hierbij in alle zich voordoende situaties optimaal van dienst zijn.

Is uw interesse gewekt of staat u voor de

uitdaging een nieuwe investering te financieren neem dan vrijblijvend contact met de heer Hans Rutten (partner van Deloitte Venlo) of de heer Silvano Cergnul (financieel specialist van

Deloitte), 077-3560222.

Topadvies bij financieringsvraagstukken

Kredietcrisis, Basel II, overheidsinterventies; de financiële wereld is volop in beweging. Het optimaal financieren van een bedrijf is voor u als ondernemer van groot en permanent belang. De huidige ontwikkelingen maken het er echter niet eenvoudiger op een passende oplossing te realiseren. Tijdens de hele levenscyclus van uw bedrijf speelt financiering een rol. Zowel ten tijde van de start, expansie en consolidatiefase kan externe financiering benodigd zijn.

| BUSINESS | noord limburg | |

delen:
Algemene voorwaarden